Archief voor de ‘Nieuwsbrief oktober 2008 (1)’ Categorie

Drama in twee bedrijven, of het verlies van de kroonjuwelen

oktober 9, 2008

België financieel ontmand!

Een parlementaire onderzoekscommissie is het minste wat we kunnen vragen, nu de tomeloze graaicultuur van het management van Fortis en Dexia het hele hebben en houden van de cliënten van de bank zo op het spel heeft gezet! Het parlement is het volk en het volk heeft recht om te weten hoe de vork aan de steel zit. Het volk moet weten wie er boter op zijn hoofd heeft. De kleine spaarder en belegger dreigen het kind van de rekening te worden. Daarom is daadkracht gewenst. Het feit dat de federale regering achttien maanden geblunderd heeft, zorgt ervoor dat de broodnodige maatregelen van de laatste twee weekends door de beurzen met argwaan worden geïnterpreteerd. Immers hoe bereik je op het (financiële) veld dat de realiteit van achttien maanden aanmodderen ineens in twee weken wordt omgedraaid?

Onbegrijpelijke grootheidswaanzin en megalomanie van bankiers die onverantwoorde risico’s namen, mondden de twee voorbije weekends uit in het uitkleden van de belangrijkste financiële holdings van de Belgische Staat. Waar Albert II nog rechtstreeks tussenkwam toen de Generale wou opgaan in ABN-Amro zwijgt hij nu in de drie landstalen, nu zijn kroonjuweel Fortis geamputeerd wordt langs Nederlandse kant en het resterende deel van Franse kant wordt opgeslokt, drama in twee bedrijven! Toen Electrabel op weg was naar Suez, zijn er andere artikels verschenen in de krant.

Vandaag zijn de “Belgische” financiële kroonjuwelen verpatst na amper twee weekends “goed bestuur” door de regering Leterme. Het tweede weekend was nodig nadat de vertrouwenwekkende maatregelen van het eerste weekend een maat voor niets waren gebleken. Leterme moest zelfs als een schoothondje met hangende pootjes bij president Sarkozy op bezoek samen met zijn over-zijn-ego-struikelende francofiele minister van financiën. De Fransen halen hun slag dubbel binnen: Dexia en Fortis, de Nederlanders schuddebuiken van het lachen, ze hebben voor een fractie van het bedrag waarvoor ABN-Amro is aangekocht, niet alleen ANB-Amro terug, maar tevens nog een bank  (Fortis Nederland) en verzekeringsmaatschappij (de Rotterdamse) er bovenop! De drie samen vormen het gezonde deel van Fortis, zegt Wouter Bos. Héél zuur voor onze regering, maar toch wel echt staatsmanschap van zijn kant! Leterme is het mercantiele dwergje van Europa. Een Europa dat anders wel al lang eens uit zijn financiële pijp mag komen, want de volgende prooi voor de machtshonger van de speculanten, kon wel eens de Euro zijn. We hebben in Europa wel één munt, maar hebben we ook een coherent muntbeleid?!
Twee wonderboys worden aangesteld voor Dexia: een nieuwe ceo Pierre Mariani (poulin van Sarkozy en ex van BNP Paribas) en Jean-Luc Dehaene als voorzitter van de Raad van Bestuur. Hopelijk kunnen zij de Dexiaboot terug op de juiste koers brengen, want de cliënten onder wie al onze plaatselijke besturen (gemeenten, steden en O.C.M.W.’s) volgen bang elke evolutie. De bezorgdheid van de hoogste top geldt waarschijnlijk evenzeer voor alle geledingen van de Christelijke zuil. ACW voorman Dehaene lijkt de geknipte persoon om vooral die financiële belangen veilig te stellen.

En wat vindt de Open VLD? Dat de kleine man niet bekommerd mag zijn om zijn koopkracht, want zo’n actiedag, als die van maandag is echt wel niet ethisch, wat dacht je wel (grote advertenties in de krant!)! Spreek mij nu van ethiek, wanneer de financiële goeroes macaber gokken met de spaarcenten en het pensioensparen van honderdduizenden potentieel gedupeerden. Voka en Unizo roepen zelfs op om, omwille van de actiedag van maandag, naar de rechter te stappen; kan het nóg cynischer? Intussen weigeren Open VLD en CD&V wel een parlementaire onderzoekscommissie, stel je voor dat er wat van de waarheid aan het licht kon komen.

Internationaal zijn de kaarten geschud, de ongebreidelde uitwas van de Angelsaksische vorm van het kapitalisme heeft afgedaan. Het toppunt van het capituleren van die economische strategie is het feit dat het Amerikaanse Congres (na een herkansing – en incluis de republikeinen) de Amerikaanse Senaat volgde in het toekennen van 700 miljard dollar overheidssteun aan de in moeilijkheden verkerende banksector. Meer nog, in de Verenigde Staten zijn banken genationaliseerd, een nooit geziene ingreep die het kapitalisme een oplawaai van jewelste verkoopt.

Dirk De Cock

Vlaams Volksvertegenwooridger VlaamsProgressieven
Leuvenseweg 86
1000 Brussel
gsm: 0478/45.28.15
 
www.dirkdecock.be
dirk.decock@vlaamsparlement.be

Wat is de rol van de overheid inzake cultuur?

oktober 9, 2008

Open VLD wil het cultuurdebat opengooien. De partij wil meer de nadruk leggen op de markt dan op subsidies, ze denkt meer voorwaardenscheppend dan inhoudsbepalend en ze acht de autonomie van de fondsen hoger dan het primaat van de politiek. Herman Schuermans en Sven Gatz hebben hun uitgangspunten precies uitgelegd in een interview in Knack.
Maar het artikel toont glashelder aan dat een donkerblauwe ideologie iets totaal anders is dan wat wij links-liberalen, vertellen.

Daarom wil Bart Caron toch  nog even stilstaan bij wat volgens hem de rol van de overheid is inzake cultuur.
Heel vaak wordt gesteld dat het cultuurbeleid zich wel of niet moet bezig houden met dit of dat. Sommige mensen vinden dat de overheid zich alleen moet bezig houden met activiteiten of manifestaties die veel mensen bereiken, anderen vinden daarentegen dat de overheid zich geen snars moet aantrekken van kijk- of participatiecijfers, maar alleen voor kwaliteit moet gaan, nog anderen leggen de hoofdaandacht voor het overheidsoptreden bij wat vernieuwend, marginaal of kwetsbaar is.

In het bijhorende assenkruis doen we een poging om deze discussie schematisch en systematisch uit te klaren.
Daarbij gaan we uiteraard ook uit van een aantal premissen:
- in het cultuurbeleid houden we ons alleen bezig met wat kwaliteitsvol of maatschappelijk zinvol is;
- wat niet-zelfbedruipend is draagt de prioritaire aandacht weg.

Wat de eerste premisse betreft: de begrippen ‘kwaliteit’ en ‘maatschappelijk zinvol’ zijn niet waardevrij. Kwaliteit staat voor wat we ‘goed’ vinden, en dat is uiteraard een subjectieve categorie. De kwaliteitsladder is voorwerp van een permanente discussie over smaak en voorkeur. Toch mogen we stellen dat er een soort algemene consensus bestaat over wat goed en slecht is. Muziek van Mozart bijvoorbeeld wordt hoog gewaardeerd, en over de kwaliteit van de uitvoering heerst onder kenners globale eensgezindheid. Hoe ouder het cultureel goed, hoe groter de consensus, hoe recenter gecreëerd, hoe meer omstreden. De tijd bepaalt het kwaliteitsoordeel en legt standaarden vast. Hedendaagse kunst is altijd voorwerp van hevige strijd. Maar dat was toenertijd niet anders voor Bach, Picasso of Boon.
Ook over de maatschappelijke zinvolheid kan je oeverloos emmeren. Die term is nochtans noodzakelijk om in die segmenten van het cultuurbeleid die niet over de kunsten gaan, o.a. het sociaal-cultureel werk en grote delen van het erfgoed, een onderscheid te kunnen aanbrengen. Vinden we het verenigingsleven maatschappelijk zinvol, de volkscultuur, museumcollecties? Welke delen of aspecten ervan vinden we onmisbaar of noodzakelijk? Dat is natuurlijk evenmin waardevrij.

De tweede premisse legt een accent op die vormen en uitingen van cultuur die niet zelfbedruipend zijn. Deze term is echter misleidend. Zelfbedruipend betekent hier door veel mensen gewild, die daarenboven bereid zijn de prijs hiervoor te betalen. Veel commerciële cultuur valt hieronder. Zo is de muziek van pakweg U2, Madonna of Helmut Lotti zo gegeerd dat tal van mensen, naast de artiest zelf, er hun brood mee verdienen. Daar komt geen overheidsoptreden, in de zin van subsidiëring, aan te pas. Als de overheid tussenkomt, is dat eerder om een aantal randvoorwaarden of spelregels te bepalen, zoals de auteursrechtelijke bescherming, het sociaal statuut e.d.m. Meestal is dit trouwens geen deel van het cultuurbeleid, maar van een sociaal of economisch beleid. De commerciële culturele markt is trouwens groeiende: film en cinema, musical, theater, CD-verkoop, boekhandel enz.  Het feit of een cultureel product al dan niet zelfbedruipend is, zegt niets over de kwaliteit of de maatschappelijke zinvolheid. Je hebt schitterende dingen die leefbaar zijn zonder overheidsinbreng, naast de grootste rotzooi. Hier spelen immers geen kwalitatieve criteria, maar economische.

De aandacht van het cultuurbeleid moet gericht zijn op bepaalde delen. We kunnen het er ongetwijfeld over eens zijn dat we alleen geïnteresseerd zijn in wat goed of maatschappelijk zin is. We moeten mindere of slechte kwaliteit niet promoten, noch de productie ervan, evenmin de consumptie of de participatie eraan. De onderzijde van het assenkruis valt buiten het aandachtsveld. Van de bovenkant zijn we wel in alles geïnteresseerd, maar prioritair in datgene wat niet autofinancierend is. Immers de vrije markt zal automatisch al dat opnemen dat rendabel is of kan zijn. We moeten geen beleidsinspanningen doen om de spreiding van de muziek van U2, Sting, of films als the Godfather, boeken van Jef Geeraerts enz. te bevorderen. Dat doet de markt zelf wel.
We moeten als overheid vooral interveniëren om de niet rendabele zaken te laten creëren of te bewaren of te spreiden. Dat is een belangrijk deel van het aanbod, maar eigenlijk niet het grootste deel. Het wordt geregeld in tal van decreten en reglementen: voor de podiumkunsten, de orkesten, het sociaal-cultureel werk, de beeldende kunst, de musea enz… De overheid treedt hier op als regulator om een breed en kwaliteitsvol aanbod mogelijk te maken. Zonder dit overheidsoptreden zou het veld danig verschralen en uitdrogen. Beeld je een cultuuraanbod in zonder gesubsidieerd toneel, zonder dans, zonder symfonische orkesten, zonder SMAK of KMSKA, zonder bibliotheken of cultuurcentra enz… want de meeste van deze uitingen of voorzieningen kunnen niet of nauwelijks overleven zonder overheidssteun. De overheidssteun garandeert de rijkdom van het aanbod.

De overheid is dus verantwoordelijk voor de rechter bovenzijde, nauwelijks één vierde van dit schema. Dit deel is gearceerd. De pijl verwijst naar de toenemende aandacht van het cultuurbeleid. De grootste aandacht gaat dus naar die cultuurvormen en –uitingen die zich ophouden nabij de pijlpunt.

De overheden – het gaat om alle overheden, van de gemeente, de provincie, de Vlaamse Gemeenschap, de federale staat tot Europa -  interfereren op verschillende wijzen. Meestal door de creatie rechtstreeks te steunen, in casu de kunstenaar of het gezelschap, maar vaak ook door gepaste randvoorwaarden te creëren, waarin kunstenaars of organisaties kunnen werken. Denk hierbij vooral aan infrastructuur voor creatie of spreiding of aan gemeenschapslokalen voor het sociaal-cultureel werk. Maar ook auteursrechtelijke regelingen, Europese richtlijnen over bijv. vrij verkeer, fiscaliteit, arbeidsvoorwaarden, e.d. zijn vaak bepalende randvoorwaarden.

Het overheidsoptreden kan echter niet risicoloos zijn. Je moet immers investeren in nieuwe ontwikkelingen en die zijn niets steeds onomstreden. Dat je over de kwaliteit van de huidige kunstcreatie nog geen finale uitspraak kan doen, is op zich niet erg. Een cultuurbeleid moet er net voor zorgen dat kunst en cultuur zich permanent kan vernieuwen. Kunstenaars moeten op het risico in de vergetelheid te raken, of met kans op doorbraak, kansen krijgen. Dat is een centrale opdracht van het cultuurbeleid. De tijd filtert de rommel weg en consacreert de kwaliteitsvolle creatie. Soms worden bepaalde gesubsidieerde kunstuitingen na een tijd zelfbedruipend en behoeven ze geen overheidsinbreng. In de popmuziek, in de beeldende kunst of het boekbedrijf zien we vaak een doorstroom. Dat is goed, de markt neemt over nadat de overheid de eerste kansen geboden heeft.
Vandaar dat er op het assenkruis ook enkele gearceerde velden zijn. Deze bevinden zich daar waar het kwaliteitsoordeel nog niet duidelijk is of de financiële draagkracht nog onzeker is. Daar investeert een dynamisch cultuurbeleid in om nieuwe zaken kansen te geven om door te groeien of te verdwijnen, of om een breed aanbod te garanderen ….

Uit deze benadering kan je derhalve concluderen dat een cultuurbeleid, vanuit een bekommernis om een rijk aanbod, een brede participatie, gemeenschapsvormende effecten, en interculturaliteit (doelstellingen uit het cultuurbeleid) bezig moet zijn met kwaliteitsvolle cultuur of kwaliteitsbevordering van cultuurcreatie, -bewaring en spreiding, en cultuuruitingen die niet zelfbedruipend zijn, daarbij een accent leggend op hedendaagse uitingen.

Bart Caron
Bart.caron@vlaamsparlement.be
0477/49.58.10

Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost moet Vlaamse bevoegdheid worden

oktober 9, 2008

Oktober is de maand van de energiebesparing. Ondanks de vele initiatieven op diverse beleidsniveaus is er op dat vlak nog werk voor de boeg. Voor veel mensen blijft het moeilijk om energiebesparende maatregelen in huis te nemen, simpelweg omdat de kost hiervan vaak hoog ligt. Prefinanciering, via renteloze leningen zoals het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost verschaft, is dan zeer welgekomen. En dat Fonds kan best door de Gewesten beheerd worden, zo zei Els Van Weert in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement.

Energiebesparing is uiteraard meer dan ooit noodzakelijk. Niet alleen om het broeikaseffect tegen te gaan of de internationale energieprijzen te drukken, maar ook om je eigen kostenplaatje wat te verzachten. Energie neemt immers een steeds grotere hap uit het huishoudbudget en dat terwijl de koopkracht al zo onder druk staat. Voor tal van mensen met een bescheiden inkomen staat het water aan de lippen.

Een dak isoleren, een nieuwe verwarmingsinstallatie of hoogrendementsbeglazing plaatsen, kan dan helpen om die maandelijkse factuur omlaag te brengen. Maar het kost vaak handenvol geld. Dan mag je wel achteraf beloond worden met allerlei premies of belastingvoordelen, op het moment dat de factuur binnenkomt moet je het geld wel hebben. En daar wringt dus het schoentje. Wie over een goed gevuld spaarvarkentje beschikt, kan deze kost gemakkelijk op zich nemen en wint na enkele jaren zijn investering al terug. Wie niet over een reserve beschikt, moet afhaken en blijft maand na maand teveel betalen.

Bovendien komt er bij de werken heel wat kijken: je moet een geschikte aannemer vinden, offertes opvragen, contracten afsluiten, de werken opvolgen, een subsidiedossier aanvragen, enzovoort. Veel sociaal zwakkeren of ouderen raken erdoor afgeschrikt. Een helpende hand is dus nodig.

En die helpende hand wordt aangereikt door het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost (FRGE). Het FRGE werd in 2006 opgericht door toenmalig staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling Els Van Weert. Het Fonds verstrekt goedkope leningen, bestemd voor structurele energiebesparende maatregelen, aan particulieren. Dit gebeurt via lokale entiteiten die zijn aangeduid door steden en gemeenten in overleg met het OCMW. De sociaal zwaksten vormen voor het Fonds een bijzondere doelgroep.

Het OCMW bekijkt samen met de mensen van de doelgroep de mogelijkheden van energiebesparing. Een contract wordt opgemaakt waarin precies wordt bepaald wie wat doet en wie welke verantwoordelijkheid draagt. Vervolgens belast de lokale entiteit een aannemer met de werkzaamheden. De werf wordt opgevolgd, de werken worden opgeleverd en de terugbetaling van de gemaakte kosten kan starten. Op basis (van een deel) van de uitgespaarde energiefactuur wordt maand na maand een bedrag terug betaald, gespreid over 5 jaar.

Het Fonds bestaat dus en het levert goed werk, maar de impact blijft relatief beperkt. Er is immers slechts budget voor enkele duizenden dossiers per jaar, terwijl er alleen al in Vlaanderen 800.000 huizen zijn zonder geïsoleerd dak.

Het FRGE moet dus dringend een paar versnellingen hoger gaan draaien. Op het federaal niveau beweegt er op dat vlak heel weinig. Els Van Weert pleitte er daarom in een debat in het Vlaams Parlement voor om het Fonds te regionaliseren. Energiebesparing is overigens een bevoegdheid van de Gewesten. Door het FRGE te regionaliseren is een coherent beleid mogelijk en kunnen de inspanningen opgedreven worden. Deze eis moet zeker meegenomen worden naar de Dialoog tussen de Gemeenschappen!

Els Van Weert
Vlaams volksvertegenwooridger VlaamsProgressieven
els.vanweert@vlaamsparlement.be
www.bloggen.be/lopendezaken

Vlaamse overheid investeert te weinig in ontsnipperingsprojecten. Priotiteitenatlas is verouderd

oktober 9, 2008

Sinds 2004 werd 6 miljoen euro geïnvesteerd in projecten die het versnipperen van leefgebieden door transportinfrastructuur moeten milderen. Belangrijkste projecten zijn  de ontsnippering van het Meerdaalwoud en Heverleebos in Vlaams-Brabant, van het duinenmassief “D’Heye” in West-Vlaanderen en van de Mechelse heide langs de E314 in Limburg. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister voor Leefmilieu en Openbare Werken Hilde Crevits op een schriftelijke vraag van Vlaams Volksvertegenwoordiger Joris Vandenbroucke (VlaamsProgressieven).

Het dichte wegennet in Vlaanderen doorkruist op talloze plaatsen natuur- en habitatgebieden en vormt daardoor soms een onoverbrugbare barrière voor de migratie en verspreiding van bepaalde diersoorten. Om hieraan te verhelpen en om verder biotoopverlies in te perken, worden sinds enkele jaren “ontsnipperingsprojecten” uitgevoerd in de vorm van ecoducten, ecovalleien, ecorasters, kokers, dassenrasters, amfibietunnels… Deze projecten hebben steeds een tweeledige doelstelling doordat zowel het herstel van een ecologische verbinding als het verhogen van de verkeersveiligheid beoogd wordt. Veilige oversteekplaatsen voor diersoorten verlagen immers de kans op aanrijdingen en ongevallen.

De projecten worden uitgevoerd op basis van de prioriteitenatlas voor ontsnipperingsmaatregelen die werd opgemaakt in 2001. Daarin wordt ondermeer rekening gehouden met de aanwezigheid van zogenaamde ‘rode lijstsoorten’ – diersoorten met zeer specifieke habitateisen – , de kwetsbaarheid van een biotoop en het barrière-effect van de infrastructuur die er doorheen snijdt. De gegevens waarop de prioriteitenatlas steunt, zijn inmiddels 8 jaar oud, maar er werden nog geen initiatieven genomen om ze te actualiseren.

Deze legislatuur werd tot op heden voor 6.043.593,7 euro geïnvesteerd in ontsnipperingsprojecten. Van dat bedrag ging 3.846.446 euro naar Vlaams-Brabant, 1.290.737 euro naar West-Vlaanderen en 906.410,62 euro naar Limburg.

Meer dan de helft van het globaal geïnvesteerde budget werd uitgegeven voor projecten langs de N25 die in Vlaams-Brabant het Meerdaalwoud en het Heverleebos doorkruist. Twee andere grote projecten, met name het aaneensluiten van het duinenmassief “D’Heye” in Bredene en De Haan en de bouw van het ecoduct “Kikbeek” over de E314 tussen Genk en Maasmechelen waren goed voor respectievelijk 1,3 miljoen euro en 600 000 euro. Van lopende projecten zoals de landschappelijke inpassing van de hogesnelheidslijn Antwerpen-Amsterdam en de aanpak van ontsnipperingsproblemen langs de Kempense kanalen, is de kostprijs nog niet bekend.

Tot en met 2010 wordt nog voor 2,8 miljoen euro aan ontsnipperingsprojecten gepland, waarvan 2,6 miljoen voor projecten in het Meerdaalwoud en Heverleebos. Daarnaast zijn er nog projecten in “voorstudiefase” waar nog geen kostprijs op kan geplakt worden. 

De investeringen worden hoofdzakelijk gedragen door de afdeling Milieu-integratie en Subsidiëringen (AMIS), het Agentschap Natuur en Bos (ANB) en het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). Via samenwerkingsovereenkomsten kunnen ook lokale besturen subsidies aanvragen voor de aanleg van natuurtechnische infrastructuur langs wegen en waterlopen.

Joris Vandenbroucke : “Helaas kunnen deze projecten blijkbaar geen halt toeroepen aan de verdere versnippering van de open ruimte. Er is nood aan meer middelen, meer projecten en een actualisering van de prioriteitenatlas.”. Vandenbroucke gaat minister van Openbare Werken en Leefmilieu Hilde Crevits ondervragen hierover. 

Joris Vandenbroucke
Vlaams volksvertegenwoordiger VlaamsProgressieven
0475/98 14 58
joris.vandenbroucke@vlaamsparlement.be
www.jorisvandenbroucke.be

Bert Anciaux spreekt op ramadanmarkt

oktober 9, 2008

Op 14 september vond een ramadanmarkt plaats op ’t Laar in Borgerhout. Bert Anciaux hield er een warme toespraak.

Eigenlijk is een ramadanmarkt het beste te vergelijken met onze kerstmarkt. Overal staan kraampjes opgesteld met traditioneel koopwaar. Dat varieert van eet- over theekraampjes tot kraampjes met traditionele producten. De bedoeling is om mensen van verschillende origine dichter bij elkaar te brengen. Of het nu gaat om Marokkanen, Turken of Vlamingen… iedereen is welkom. Daarom ook was Bert graag van de partij. Als iemand zich inspant voor de interculturele samenleving is hij het wel. De culturele diversiteit van Vlaanderen is een realiteit. De keuzevrijheid van het individu, maar met respect voor de andere, staat centraal in Berts beleid en is tevens het speerpunt van VlaamsProgressieven.

Bert: “We leven samen in de Vlaamse cultuurgemeenschap, een verzameling van allerlei culturen, een gemeenschap van gemeenschappen. We krijgen de kans om met andere culturen in contact te komen, om er van te leren en zo ieders eigenheid te begrijpen.
De Vlaamse overheid moet aan deze grote verscheidenheid aandacht besteden. Ik doe dit al specifiek voor mijn bevoegheden: cultuur, jeugd, sport en Brussel. Zo heb ik de voorbije jaren onder andere het Actieplan Interculturaliseren en het Participatiedecreet gelanceerd. In beide documenten staat de aandacht voor interculturaliteit centraal. Er worden heel wat acties ondernomen, samen met de cultuur-, jeugd- en sportsector om verschillende culturen dichterbij bij elkaar te brengen. En dit in voortdurende samenspraak.”

Vooral het kleurenpalet viel zondag op. Niet alleen het kleurenpalet van de aanwezigheid van diverse culturen, maar ook van de vele kleuren in en rond de kraampjes en de mooie lichtinval van de zon. De ramadanmarkt werd druk bezocht en er hing een sfeer van samenhorigheid en openstaan voor elkaars verscheidenheid. De afwezigen hadden ongelijk!

Bert Anciaux: “Respect en zelfrespect leiden tot het openstaan voor anderen. Dat is voor mij de kern, maar vooral ook de kans van interculturaliteit. 2008 is het Europees Jaar van de Interculturele Dialoog waarin we het werk aan een beleid, met een actief en evenwaardig burgerschap voor iedereen, intensief voortzetten.”

 

 

 

 

 

Foto: http://www.indymedia.be/en/node/29411

 

Kabinet Vlaams minister  Bert Anciaux
Arenbergstraat 7
1000 BRUSSEL
Tel.02/552.69.00
Fax.02/552.69.01

Milieubeleidsovereenkomsten naar de prullenbak

oktober 9, 2008

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos Bex betreurt dat de milieubeleidsovereenkomsten (MBO’s) als instrument voor duurzaam milieubeleid eerder stiefmoederlijk naar de prullenbak verwezen worden. Voor Vl.Pro. zijn de MBO’s immers het aangewezen instrument om de “producentenverantwoordelijkheid” en “de internalisatie van de afvalkost” te realiseren. 

Vl.Pro betreurt dat de milieubeleidsovereenkomsten (MBO’s) als instrument voor duurzaam milieubeleid stiefmoederlijk naar de prullenbak worden verwezen. Alle goedbedoelde acties rond zwerfvuil zullen slechts tijdelijk en beperkt resultaat opleveren zonder omkadering in een verder doorgedreven en consequent uitbouwen van de MBO’s. 

De verantwoordelijkheid voor de verwijdering van afvalstoffen ligt meestal bij de houder van de afvalstoffen (de consument), maar ook de producent en de overheid hebben verantwoordelijkheden op het vlak van afval. Bijgevolg vindt VlaamsProgressieven dat afvalkosten geïnternaliseerd moeten worden.

Slecht uitgevoerde afspraken omtrent afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA) en gebrek aan nieuwe MBO-initiatieven nopen de Vlaams volksvertegenwoordiger echter tot het geven van een “onvoldoende” aan de Vlaamse Regering voor dit aspect van het milieubeleid.

Jos Bex
Vlaams volksvertegenwoordiger VlaamsProgressieven
Kastanjebosstraat 8
3020 Veltem-Beisem
0477/69.27.67

20% Vlaamse gemeenten voert geen sociaal woonbeleid

oktober 9, 2008

Twintig procent van de Vlaamse gemeenten bouwden de afgelopen tien jaar geen enkele sociale huurwoning. In 13 Vlaamse gemeenten is er zelfs geen enkele sociale huurwoning te vinden. Onaanvaardbaar voor Vlaams volksvertegenwoordiger Jan Roegiers (VlaamsProgressieven) die de betrokken gemeenten dan ook met de vinger wijst.

Dinsdag 7 oktober voerden VlaamsProgressieven – samen met Jan Roegiers en Bettina Geysen – actie in Gent om de schrijnende situatie op de sociale huurmarkt aan te klagen. Door symbolisch een huis propvol te vullen met “wachtende mensen” wilden de links-liberalen aandacht vragen voor de 75.000 gezinnen die in Vlaanderen op een wachtlijst staan. Vandaag komen er elk jaar maximaal 2.500 sociale woningen bij. Aan dat tempo duurt het nog 30 jaar voor iedereen onder dak is…
 
Jan Roegiers beschuldigde de 13 gemeenten: “Dit is onaanvaardbaar en de burgemeesters dragen een zware verantwoordelijkheid voor het asociale beleid dat ze voeren. Dit is eigenlijk pure apartheid want zij weigeren droogweg bepaalde mensen op hun grondgebied!”

VlaamsProgressieven pleit voor een fatsoensgrens van 5% sociale huurwoningen per gemeente. Gemeenten die daaraan voldoen, moeten voortaan meer geld kunnen krijgen uit het Gemeentefonds, onwillige gemeenten krijgen minder.

Daarnaast wil VlaamsProgressieven per stad of streek één krachtige huisvestingsmaatschappij. Die maatregel moeten leiden tot meer efficiëntie maar is ook sociaal: kandidaat-huurders moeten zich op die manier maar één keer aanmelden.

Tot slot pleit Jan Roegiers voor meer alternatieve woningbouw: “We willen inderdaad dat er naast traditionele groepsbouw (appartementen en aaneengesloten nieuwbouwhuizen) ook individuele sociale woningen in wijken en dorpen komen. Dat is uiteraard een stuk duurder, maar daarvoor willen we een speciaal fonds oprichten dat dergelijke projecten mee financiert.”

Jan Roegiers
Leuvenseweg 86
1011 Brussel
—–
Koolsteeg 20
9000 Gent

gsm 0495 53 20 67
fax 09 330 77 54
jan.roegiers@vlaamsprogressieven.be
jan.roegiers@vlaamsparlement.be