Archief voor de ‘Nieuwsbrief maart 2008’ Categorie

Flexibele vervangingsdatabanken voor het onderwijs

maart 20, 2008

Verschillende directeurs signaleerden het probleem van het tekort aan leerkrachten.  Dirk De Cock, ondervoorzitter commissie Onderwijs, analyseerde de oorzaken. Opvallend is dat een aantal nieuwe beleidsmaatregelen een rol spelen in dit teklasje.jpgklasje.jpgkort. Aangezien deze problematiek fluctuerend is, is er nood aan creatieve en flexibele oplossing. Dirk De Cock stelt daarom voor te werken met een vervangingsdatabank aangestuurd door een alarmbelprocedure.

klasje.jpg

Dirk De Cock: “Ik heb onderzoek gedaan op de website van de vdab. In totaal zijn er een kleine 1000-tal jobs in het onderwijs vacant. Ongeveer 80 % hiervan beslaan interimjobs. Vooral in het secundaire onderwijs stelt zich het probleem het sterkst: meer dan 500 vacante tijdelijke jobs tegenover iets meer dan 200 in het kleuter- en lageronderwijs. Regionaal bekeken situeert het lerarentekort zich duidelijk het sterkst in de provincie Antwerpen en in Vlaams-Brabant/Brussel.”

In tijden van hoogconjunctuur kiezen meer afgestudeerde leraars voor een job in de privé-sector i.p.v. de onzekere eerste jaren in het onderwijs. Bovendien is het natuurlijk logisch dat wanneer er een algemene krapte heerst op de arbeidsmarkt, ook het onderwijs hiervan niet gespaard blijft. Maar er spelen ook een aantal andere factoren een rol ten opzichte van eerdere momenten van lerarentekort.
De verjonging en vervrouwelijking van het lerarenkorps heeft zijn invloed op deze problematiek. Het aantal leerkrachten in ouderschapsverlof is stijgende. Wat mede in de hand wordt gewerkt door de positieve maatregel van versoepeling van het systeem van ouderschapsverlof in het onderwijs. Directeurs vertellen ook dat deze jongere leerkrachten een pak minder resistent zijn voor virussen dan ervaren leerkrachten. Ook dat lijkt niet onlogisch en zorgt voor meer afwezigheden.
Een nieuw gegeven is ook de proeftuin “vervanging voor bedrijfsstages”. Dit dreigt nu echter onder druk te staan vanwege het lerarentekort.
En tenslotte is er nog het nieuwe gegeven dat vervangingen reeds vanaf zes dagen afwezigheid mogen worden doorgevoerd terwijl dit vroeger maar vanaf tien dagen was.

Al deze factoren samen zorgen voor verontruste berichten uit het onderwijsveld. Men is ook niet hoopvol voor de toekomst. Cijfers met betrekking tot de lerarenopleiding zijn alarmerend. Ten opzichte van drie jaar geleden zijn de inschrijvingen in de lerarenopleiding drastisch gedaald= -17% in de opleiding lager onderwijzer en -14% in die van kleuteronderwijzer. Er wordt bovendien met enige schrik gekeken naar de verzwaring van de academische lerarenopleiding. Wie al een diploma heeft en wil omgeschoold worden tot leraar, moest hiervoor vroeger een halftijdse opleiding volgen. Sinds dit jaar is dit uitgebreid naar een voltijds jaarprogramma. Deze maatregel moet de kwaliteit verhogen, maar het ziet er naar uit dat de terugloop hierdoor dramatisch zal zijn.

“Concluderend kunnen we – voorlopig – stellen dat naast de economische hoogconjunctuur een aantal nieuwe – goede –beleidsmaatregelen, mee aan de basis liggen van het lerarentekort. Aangezien het om een andere situatie gaat dan enkele jaren geleden en dit om een fluctuerend probleem gaat, denk ik dat we naar andere oplossingen moeten zoeken”, aldus nog Dirk De Cock.

Dirk De Cock pleit voor een flexibele vervangingsdatabank. Op lokaal niveau kan men een vervangingsgroep aanleggen die bestaat uit gepensioneerden, leerkrachten die deeltijds werken, maar ook deeltijds werkenden uit de privé-sector, … . Deze mensen kunnen zich inschrijven in een databank voor tijdelijke vervangingen.
Tegelijk moet er een continue monitoring zijn van het lerarentekort o.a. op basis van de leerkrachtendatabank op de website van de vdab. Hier kan men best een alarmbelprocedure aan koppelen die in stappen werkt. Wanneer er duidelijke signalen zijn dat er een tekort zit aan te komen kan men via een eenvoudig SMS-systeem de databank controleren. De mensen worden op de hoogte gebracht en gevraagd of ze beschikbaar zijn. Wanneer het lerarentekort duidelijk een feit is krijgen de scholen de toelating om tijdelijke vervangingen op te lossen via de vervangingsdatabank. Deze stappenprocedure zorgt voor een geactualiseerde databank, maar tevens beschermen we hiermee dat de werkzoekende leerkracht.

In de commissie onderwijs zal er op initiatief van Dirk De Cock een gedachtewisseling komen over de problematiek van het lerarentekort. Hij zal zijn ideeën daar voorstellen en verdedigen.

 

 Dirk De Cock
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
Leuvenseweg 86
1000 Brussel
tel: 02/552.42.68

Torrestraat 5
9280 Lebbeke
gsm: 0478/45.28.15
 
www.dirkdecock.be
dirk.decock@vlaamsparlement.be

Wachtlijsten in de Bijzondere jeugdzorg

maart 20, 2008

Bart Caron heeft vorige woensdag Minister Vanackere ondervraagd in de plenaire vergadering over de wachtlijsten in de bijzondere jeugdzorg.

In de kranten van de vorige weken konden we lezen dat minister van welzijn Steven Vanackere (CD&V) van plan is de wachtlijsten in de bijzondere jeugdzorg aan te pakken. Hij is van plan om meer te investeren in ambulante hulpverlening om te voorkomen dat jongeren verder in de problemen komen. Tegelijk wil hij op die manier ook veel meer jongeren helpen dan wanneer het geld geïnvesteerd wordt in nieuwe instellingsplaatsen. Spirit kan dit enkel toejuichen. Het is goed dat de minister eindelijk erkend dat de toevloed groot is, té groot. Maar Bart Caron heeft toch nog enkele bedenkingen bij deze goed nieuwsshow van Vanackere. ‘We hadden veel vroeger moeten ingrijpen,’ aldus Bart Caron. ‘Preventie is bijzonder belangrijk bij het inperken van de wachtlijsten in de bijzondere jeugdzorg. Door vroeg genoeg in te grijpen met ambulante begeleiding zowel bij problematische opvoedingssituaties en als bij als misdaad omschreven feiten, wordt vaak voorkomen dat de jongeren die er eigenlijk niet thuis horen in een instelling terecht komen.’ Door te investeren in de ambulante begeleiding kunnen veel meer jongeren geholpen worden en wordt het geld dus efficiënter geïnvesteerd.
Dit lijkt een bijzonder goed verhaal, maar hoeveel jongeren zullen nu geholpen worden, hoeveel geld wil Vanackere daarvoor vrij maken en in welke termijn zal dit allemaal gebeuren, vroeg Bart Caron zich af.

Uit het antwoord van de minister bleek dat er veel te vroeg victorie gekraaid is, de problemen worden niet onmiddellijk aangepakt, maar opnieuw op de lange baan geschoven. Het gaat enkel om een opvolgingsplan van het momenteel bestaande Globaal Plan in de Bijzondere Jeugdzorg. Dit plan zou moeten klaar zijn tegen eind 2008, maar zal pas in werking treden de volgende legislatuur. Vanzelfsprekend moet dit opvolgingsplan goed doordacht zijn en voldoende gedragen worden. Maar er moet ook dringend iets gebeuren rond de wachtlijsten in de bijzondere jeugdzorg, want de nood is hoog. Op de centrale wachtlijst van de provincie Antwerpen staan 1.100 namen van kinderen die wachten op hulp. Een kind dat naar een begeleidingstehuis moet, wacht in extreme gevallen tot twee jaar. Ook voor andere vormen van begeleiding loopt de wachttijd op tot een jaar.

Hier moet dringend iets aan gedaan worden, daarom pleit Bart Caron om sneller maatregelen te nemen door te onderzoeken of er nu niet al versneld kan geïnvesteerd worden in ambulante begeleiding. Deze ambulante begeleiding kost ook, vooral lonen van maatschappelijke werkers, psychologen en begeleiders. Maar op deze manier kan de nood op korte termijn lenigen. Vanzelfsprekend zal de ambulante begeleiding niet de spreekwoordelijke deus ex machina zijn en zullen er nog maatregelen moeten genomen worden. Maar het is een start.

Bovendien heeft Bart Caron aan de Minister nog een boodschap meegegeven voor zijn federale partijgenoten dat Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid ten volle zal opnemen en zal investeren in betere preventie, een bevoegdheid die we als Vlaanderen exclusief hebben,en dat we hiervoor budgetten voor zullen vrijmaken. Liever dat dan weer honderden miljoenen investeren in jeugdgevangenissen, want dat is alleen maar het kweken van recidive en misdaad.

Bart Caron
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
0477/49.58.10

Laat uw zondagsrust niet verknallen (door jagers)

maart 20, 2008

Omdat de Vlaamse regering het maar niet eens geraakt over de herziening van het Jachtopeningsbesluit, lanceert Vlaams parlementslid Joris Vandenbroucke de online-petitie www.zondagsrust.be. Martens en Vandenbroucke willen  een schietverbod op zon- en feestdag en in publieke bossen en natuurgebieden. 

jagen-op-zondag.jpg

Bij de opening van het jachtseizoen in het najaar is het niet alleen opletten geblazen voor het wild in de Vlaamse bossen en weiden. Ook fietsers, wandelaars en andere recreanten kijken maar beter goed uit. Uiteraard moeten verantwoorde vormen van beheersjacht mogelijk blijven, maar doordat er vuurwapens mee gemoeid zijn, legt de jacht de facto een exclusieve claim op de open ruimte. “De vrijheid van jagers om hun hobby uit te oefenen, mag niet ten koste gaan van de andere gebruikers van de open ruimte. Vandaar ons pleidooi voor een jachtverbod op zondag in bossen en natuurgebieden”, aldus Martens en Vandenbroucke, “wij vragen respect voor de zondagsrust zodat men tenminste één dag in de week ongestoord van de natuur kan genieten.”.

Martens en Vandenbroucke bepleiten ook een verstrenging van de veiligheidsvoorschriften en vragen rond woningen en andere gebouwen een veiligheidszone van 150 meter waarbinnen niet kan geschoten worden, ongeacht de richting waarin men vuurt.

Tot slot willen de Vlaamse Volksvertegenwoordigers dat er jachtvrije zones komen in kwetsbare vogelrijke gebieden : “Door het aanleggen van natuurgebieden, investeert de overheid in het instandhouden van de biodiversiteit. Het kan niet de bedoeling zijn dat de vruchten van dit natuurbeleid aan flarden worden geschoten.”.

“Een herziening van het Jachtopeningsbesluit moet gestoeld zijn op 3 belangrijke principes”, zo besluiten Martens en Vandenbroucke, “meer respect voor andere recreanten, meer respect voor de natuur en veiligheid boven alles.”.

Joris Vandenbroucke
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
0475/98 14 58
joris.vandenbroucke@vlaamsparlement.be
www.jorisvandenbroucke.be

Bert Anciaux bouwt culturele samenwerking met Congo uit

maart 20, 2008

In februari bracht minister Anciaux een vierdaags bezoek aan Congo, meer bepaald aan Kinshasa. Hij wil een permanent kader bieden voor een uitgebreide culturele samenwerking tussen de Vlaamse en Congolese gemeenschap.
De Vlaams – Congolese culturele samenwerking zal vooral op uitwisseling gebaseerd zijn. Daarbij zal aandacht worden geschonken aan het veld van internationale samenwerking tussen noord en zuid, aan de historische context waarin een Vlaamse werking zich in de Democratische Republiek Congo plaatst en aan de specifieke maatschappelijke en culturele situatie in Congo, in het bijzonder in Kinshasa. In Congo, en in Afrika in het algemeen, is er weinig ruimte voor interculturele ontmoeting en is de artistieke uitwisseling met Afrikaanse artiesten beperkt. Daar wil onze Vlaamse cultuurminister iets aan doen. Met zijn collega-minister van Cultuur onderhield hij goede contacten. Ze ondertekenden trouwens een intentieverklaring voor een verdere samenwerking.

Er bestaat al enige culturele samenwerking tussen Vlaanderen en Congo – door Bert ondersteund, onder andere via de KVS die al verschillende initiatieven heeft opgezet met Congolese gezelschappen, artiesten en kunstenaars.
Hij zegt er zelf over: “Deze projecten bewijzen dat er ook binnen de bescheidenheid van cultuur, daadwerkelijk en indringend kan worden samengewerkt. Het zijn deze projecten die de basis moeten vormen voor een programma dat in 2008 en 2009 uitgewerkt kan worden.”

Op zijn blog schrijft Bert: “We moeten er geen Vlaams Cultureel Centrum oprichten. We moeten er alle kansen geven aan die rijke en diverse Congolese culturen. Congo is niet louter een francofone staat. Het is een land met vele gemeenschappen, met grote verscheidenheid en culturele rijkdom. We moeten niet in de betere wijken pronken met onze vlag. We moeten leven in de cités, tussen de mensen, tussen het volk. Daar ligt de roeping voor de Vlaamse Gemeenschap.”
Onze minister kiest bewust voor ‘samenwerkingsontwikkeling’. Daarmee doelt hij op projecten die gebaseerd zijn op wederkerigheid: “Zowel de Vlaamse als de Congolese partners moeten er beter van worden. Het moet ook verder gaan dan eenmalige, bijna momentane momenten, want duurzaamheid en continuïteit zijn erg belangrijk. Er wordt gekozen voor concrete projecten, dus niet zozeer voor beleidsmatige, wetenschappelijke of abstracte projecten, maar voor tastbare, zichtbare en vooral ook voelbare activiteiten in de brede cultuurcontext, met mogelijke uitwaaiering naar jeugdwerk en sport. Verder moet er gebruik worden gemaakt van de bestaande partnerships en van de ervaring van de Vlaamse cultuuractoren die al in Congo actief zijn.”

In de commissie Cultuur spraken verschillende leden woorden van lof voor de durf van de minister en zijn inzet voor een culturele uitwisseling tussen Vlaanderen en Congo. Ze erkenden dat een officieel bezoek van een Vlaamse minister al veel te lang geleden was. Bert Anciaux ondervond dat in Kinshasa aan den lijve. De inwoners waren maar wat blij een officiële vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering te ontmoeten en ze waardeerden zijn inspanningen dan ook enorm.                Daarnaast kan ook de Congolese gemeenschap in Vlaanderen en Brussel genieten van deze culturele samenwerking.
Onze minister stond wel versteld van twee grote tegenstrijdigheden onder de Congolese bevolking. Hij verwoordde het zelf zo: “Er zijn enerzijds de fiere, mooie, verzorgde en vooral zeer vriendelijke Congolezen. Dat is me echt opgevallen. Ze houden het hoofd hoog. Ze zijn trots op hun afkomst, hun cultuur en hun land. Anderzijds is er dat gekwetste, onverzorgde, onbeheerde en onbeheerste land, waar de overheden schitteren door afwezigheid; waar het publieke domein, dat wat van de gemeenschap is, helemaal aan zijn lot wordt overgelaten; waar verkeer, onderwijs en gezondheidszorg herleid zijn tot een survival of the fittest. Deze tegenstelling heeft me enorm geschokt, want optimisme en pessimisme wisselen elkaar eigenlijk af.” Misschien ligt in dat tweede aspect de verklaring waarom Bert Anciaux president Kabila niet te zien kreeg.

Bert Anciaux’ ervaringen in Kinshasa hebben indruk gemaakt. “Ondanks de erg beperkte duur van mijn verblijf, behoort het bezoek aan Congo ongetwijfeld bij mijn meest indrukwekkende internationale ervaringen. Congo heeft mijn hart gestolen, en ik heb het veelvoudig teruggekregen,” aldus een gecharmeerde minister.

Kortom: het bezoek aan Kinshasa was vruchtbaar en haalt de culturele uitwisseling tussen Vlaanderen en Congo aan. Interculturele samenwerking betekent voor beide partijen een verrijking!

 

Spirit stelt nieuw Decreet Wapenhandel voor

maart 20, 2008

Vlaams volksvertegenwoordiger Jan Roegiers heeft namens spirit een nieuw Decreet Wapenhandel voorgesteld. Zijn voorstel verhoogt vooral de transparantie en legt deze waar mogelijk ook vast door cruciale begrippen als ‘land van eindbestemming’ en ‘eindgebruiker’ voor het eerst duidelijk te definiëren én door zeer strikt te bepalen wat er precies in de verslagen van de Vlaamse Regering moet staan.

Sinds de regionalisering van de controle op wapenhandel in 2003 kende Vlaanderen nog maar twee bevoegde ministers. “Het grote verschil in de manier waarop die ministers met transparantie zijn omgegaan bewijst de noodzaak aan mijn voorstel van decreet”, aldus Jan Roegiers. “Ik wil ermee vermijden dat de transparantieklok wordt teruggedraaid naar de periode van vóór 2005!”

De links-liberaal behoudt het juridisch kader van de Wet van 1991 waarbinnen de in-, uit- en doorvoer van wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en de daaraan verbonden technologie kan plaatshebben. Ook de naleving van de criteria vastgesteld in de Gedragscode van de Europese Unie betreffende wapenuitvoer blijft uiteraard behouden. Het luik in de Wet dat tot nu toe de transparantie regelde wordt echter volledig vervangen.

Voor de nieuwe bepalingen in het decreet baseerde Jan Roegiers zich op zes criteria waaraan transparantie in Europese context wordt geëvalueerd: beschikbaarheid, gedetailleerdheid, betrouwbaarheid, vergelijkbaarheid, alomvattendheid en relevantie van de gegevens.

Het decreet bepaalt precies welke hoofdstukken met welke inhoud in de jaarlijkse en zesmaandelijkse wapenrapporten van de regering moeten staan. Voor het eerst wordt ook vastgelegd dat goederen voor tweeërlei gebruik (dual use) in die verslagen dienen te worden opgenomen. Bovendien verplicht Roegiers alle vergunningen individueel op te lijsten, ingedeeld per land en met vermelding van het totale bedrag, omschrijving van de goederen en de eindgebruiker. De bevoegde minister moet bij vergunningsbeslissingen voortaan ook rekening houden met het land van eindbestemming én dat land moet worden opgenomen in de verslagen, ook indien er sprake is van een ander tussenland.

Tot slot neemt het decreet ook de bepaling op dat de Vlaamse Regering in geen geval informatie mag achterhouden voor het Parlement.

Jan Roegiers hoopt op brede steun voor dit decreet: “Het houdt immers geen noemenswaardige verzwaring of verzwakking van de procedure in en het verankert de stappen die onder de vorige minister reeds waren gezet”,  aldus Roegiers, “Ik kan me dan ook moeilijk voorstellen dat het Vlaams Parlement niet zou instemmen met het vastleggen van zijn maximale controlerecht terzake”.

Het volledige decreet kan hier worden gedownload.

Jan Roegiers
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
Leuvense weg 86
1011 Brussel
Koolsteeg 20
9000 Gent
gsm 0495 53 20 67
fax 09 330 77 54
jan.roegiers@spirit.be
jan.roegiers@vlaamsparlement.be