Archief voor de ‘Nieuwsbrief juli 2008’ Categorie

VlaamsProgressieven tevreden met samenwerkingsakkoord voor stemming Verdrag van Lissabon

juli 10, 2008

Het Europese Verdrag van Lissabon is donderdag geratificeerd door het Vlaams Parlement, dat als laatste Belgische parlement het licht op groen moest zetten. Tot gisteren was er politiek overleg op het hoogste niveau, omdat VlaamsProgressieven garanties eiste dat de deelparlementen de Europese rol kunnen spelen die het Verdrag hen toekent. Daarvoor is een samenwerkingsakkoord nodig met de andere parlementen, maar in Franstalige hoek was men niet happig om de regionale parlementen die rol te geven. Uiteindelijk werd er woensdag een akkoord tussen de parlementen gesloten.
Vorige week al gaf de commissie Europese Aangelegenheden van het Vlaams Parlement groen licht aan het Verdrag van Lissabon. Jan Roegiers onthield zich toen omwille van de grote onduidelijkheid die er heerste over het samenwerkingsakkoord tussen het federale en de regionale parlementen. Roegiers riep de federale meerderheidspartijen CD&V en Open VLD op hiervan werk te maken vóór de behandeling in plenaire.

Het Verdrag van Lissabon betrekt de nationale parlementen van de lidstaten rechtstreeks bij de EU-besluitvorming. Bij de ondertekening van het Lissabonverdrag heeft België verklaard dat de deelstaatparlementen dezelfde bevoegdheden als de nationale parlementen moeten kunnen uitoefenen. De deelstaatparlementen worden daarom beschouwd als kamers van het nationaal parlement van België. Aangezien de EU alleen de Kamer en Senaat erkent als ‘nationaal parlement’ moet de gezamenlijke uitoefening van de toegekende bevoegdheden intern geregeld worden tussen de zeven parlementen. Het Vlaams Parlement kan de Europese subsidiariteitstoets en zijn parlementair vetorecht slechts uitoefenen als hierover een intern samenwerkingsakkoord is gesloten.

Om het belang hiervan te benadrukken schreef de Vlaamse Regering reeds in februari dat ‘een samenwerkingsakkoord door alle parlementen moet worden goedgekeurd, en dit voorafgaand aan de instemming met het Verdrag van Lissabon door het Vlaams Parlement. Vlaanderen kan immers niet tot instemming overgaan als de rechten van zijn Parlement m.b.t. deze belangrijke aangelegenheid, niet gewaarborgd zijn.’

Over het samenwerkingsakkoord is er nu dus eensgezindheid. Belangrijk is dat men terugvalt op de oorspronkelijke tekst, opgesteld door het Vlaams Parlement. Deze gaat veel verder dan wat door de Griffier van de Kamer was voorgesteld. Daarnaast wordt in het akkoord een koppeling gemaakt tussen het samenwerkingsakkoord en de inwerkingtreding van het verdrag. Ondertussen werden voorstellen van bijzondere wet in de Kamer en wetsvoorstellen in de Senaat door de respectievelijke voorzitters ingediend. Tot slot was er ook in het Overlegcomité een akkoord over de samenwerking.

Jan Roegiers is tevreden dat dit samenwerkingsakkoord de ratificatie van het Verdrag van Lissabon niet tegenhoudt. Zowel in de Senaat als in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad keurden de links-liberalen het verdrag goed. Dat heeft nu ook de fractie in het Vlaams Parlement gedaan.

Jan Roegiers
Leuvense weg 86
1011 Brussel
Koolsteeg 20
9000 Gent

gsm 0495 53 20 67
fax 09 330 77 54
jan.roegiers@vlaamsprogressieven.be
jan.roegiers@vlaamsparlement.be

Dirk De Cock wil een havenbeleid gericht op Vlaanderen

juli 10, 2008

Maandag 23 april 2008 werd een aantal huizen afgebroken in het polderdorp Doel. Stelselmatig worden er huizen platgegooid, die zogenaamd niet meer bewoonbaar zouden zijn. Dit lijkt sterk op een voorafname op besluiten die door een gedeelte van de Antwerpse havenlobby als onontkoombaar worden geconcipieerd. Vlaams volksvertegenwoordiger Dirk De Cock protesteert tegen deze gang van zaken.

Er is helemaal nog geen enkele beslissing gevallen over het al dan niet aanleggen van een eventueel Saeftinghedok. Dit dok – dat op dezelfde plaats als het dorp Doel moet komen – is noodzakelijk volgens diegenen die pleiten voor een uitbreiding van de Antwerpse haven.  Dirk De Cock is echter geen voorstander van deze uitbreiding: “De mobiliteit in het Waasland loopt vandaag volkomen vast. Hoe zal de extra containercapaciteit nog weg geraken uit Antwerpen? Men rekent op een capaciteit van 7.000.000 containers per jaar bij het in gebruik nemen van het Saefinghedok. Dat zijn ongeveer 13.000 containers per dag die men bijkomend op de weg wil krijgen.  Maar de mobiliteit is nu al gecrasht is en het laatste nieuwe dok, het Deurganckdok, zit nog niet eens halverwege zijn capaciteit.”

Vlaams volksvertegenwoordiger De Cock is – gezien de huidige stand van zaken in het dossier – dan ook verontwaardigd dat in Doel woningen in goede staat worden afgebroken. Dirk De Cock: De minister-president zei zelf enkele weken geleden dat de mensen niet voor hun beurt mogen spreken toen er een beetje commotie was bij de hoorzitting over het Saeftinghedok. Hij wil eerst alle elementen in handen hebben alvorens er een beslissing wordt genomen over het Saeftinghedok. Maar blijkbaar geldt dit niet voor het voortbestaan van Doel en de afbraak van de huizen. De Maatschappij Linkeroever sloopt volgens mij de huizen voor haar beurt. Het is ook te vroeg om daarover een beslissing te nemen.”

Volgens De Cock is er ook dringend nood aan één Vlaams havenbedrijf, om de noden van Zeebrugge, Antwerpen, Gent en zelfs Oostende op elkaar af te stemmen en zo een win-winsituatie te laten ontstaan. Er zijn limieten aan de ongebreidelde uitbreiding van de haven van Antwerpen. Dirk De Cock gelooft ook niet in het verhaal dat dit zo belangrijk is voor onze economie, of zelfs voor de Antwerpse economie. “De uitbreiding komt in de eerste plaats het Antwerps Havenbedrijf te goede. De meerwaarde voor de gemeenschap van heel het logistieke verhaal met de containertrafiek is minimaal. In dat kader houd ik dan ook een pleidooi voor één Vlaams havenbedrijf, waarbij duurzaam wordt bekeken waar welke investeringen nodig zijn. Met die Vlaamse bril zou -  volgens mij – vlug de conclusie zijn dat het aantrekken van de schepen met heel grote diepgang veel beter via Zeebrugge zou gebeuren”, aldus Dirk De Cock. “Deze haven ligt aan de zee waardoor er minder baggerwerken nodig zijn, waardoor er geen natuurcompensatie, en veiligheidsmaatregelen tegen overstromingen nodig zijn. Het zou ons alvast veel miljarden aan flankerende maatregelen besparen.”

De Vlaamsprogressief voelt zich gesterkt door uitspraken van Fernand Huts, de baas van Katoen Natie, één van de grootste logistieke bedrijven. Ook hij vindt dat Vlaanderen zich moet focussen op de uitbreiding van Zeebrugge om de toekomstige containertrafiek binnen te halen. Hij vraagt daarom een havenbeleid dat gericht is op Vlaanderen en niet enkel op de Antwerpse belangen.

Dirk De Cock

Vlaams Volksvertegenwooridger VlaamsProgressieven
Leuvenseweg 86
1000 Brussel
gsm: 0478/45.28.15
 
www.dirkdecock.be
dirk.decock@vlaamsparlement.be

Digitaal Vlaanderen

juli 10, 2008

Op 2 juli is in het Vlaams Parlement de eindbespreking gevoerd van het Actieplan Digitaal Vlaanderen mede opgesteld door Bart Caron (Vlaams volksvertegenwoordiger VlaamsProgressieven).

Kennis is macht, dit spreekwoord zegt veel over de manier waarop de mensen vroeger met kennis omgingen. Kennis was een schaars goed dat door weinigen werd gedeeld. Wie die kennis bezat of toegang tot die kennis had, kon macht verwerven.

‘Ik kom uit de tijd waarin kennis nog niet voor iedereen toegankelijk was. Mensen van mijn leeftijd herkennen die situatie allicht. We hadden goede openbare bibliotheken en encyclopedieën, maar de toegankelijkheid van de informatie en de kennis was niet dezelfde als nu’, aldus Bart Caron (Vlaams volksvertegenwoordiger VlaamsProgressieven).
Nu zijn er nieuwe uitdagingen, het betreft niet langer de toegang tot informatie, kennis of cultuur. De nieuwe uitdaging betreft de omgang met informatie en kennis. Het gaat om informatiemanagement en om de verwerking van informatie. De informatie moet niet bevat worden, maar moet geordend, gerangschikt en geselecteerd worden. Vergeleken met de situatie van pakweg een kwarteeuw geleden, gaat hier toch om een heel andere problematiek.

Wie even Google gebruikt, zal zien dat er nog nooit zo veel informatie voor het grijpen heeft gelegen.
Er is echter een probleem. De toegang tot informatie is nog steeds niet gelijk verdeeld. Wie geen computerkennis, pc of breedbandverbinding heeft, kampt in deze samenleving met een objectief nadeel. Deze achterstandsfactoren zullen moeten weggewerkt worden om de digitale kloof weg te werken.

De digitale kloof volgt in feit haast voorspelbare lijnen. Het gaat hier dan om het verschil in opleiding, om sociaaleconomische factoren en om het inkomen. De klassieke breuklijnen zijn hier aanwezig en komen in de praktische omstandigheden tot uiting. M
Mensen moeten tevens niet enkel over voldoende geld beschikken om een pc te kopen. Ze moeten tevens het nut en de bruikbaarheid van een pc inzien. Veel mensen vragen zich af waarom ze de digitale kloof zouden moeten overbruggen, waarom ze met een pc zouden moeten leren werken en waarom ze over een internet verbinding zouden moeten beschikken. In sommige situaties en voor mensen met bepaalde jobs is de bruikbaarheid erg klein. Mensen als bouwvakkers of schoonmakers stellen zich terecht vragen. We mogen die vragen niet negeren.
Indien ze die vragen negatief beantwoorden, riskeren ze helaas dat hun kinderen hun achterstand reproduceren en op school nadelen zullen ondervinden. We gaan immers steeds meer naar een papierloos onderwijs. Dit zou de problematische situatie nog erger maken dan vandaag het geval is.

De digitale kloof wordt door twee factoren bepaald, de mentale kloof en de materiële of financiële kloof. De mentale kloof betreft de vraag waarom de mensen dit allemaal nodig hebben. Welke meerwaarde biedt dit alles? De materiële kloof betreft de vraag waarom ze 40 euro voor een breedbandaansluiting zouden moeten betalen. Het zou eigenlijk niet mogen zijn dat een breedbandaansluiting meer dan een eenvoudig kabelabonnement kost. Er is geen enkele goede reden om die situatie in stand te houden. Ik weet dat het prijzenbeleid niet tot onze bevoegdheden behoort, maar wet moeten toch eens nadenken op welke manier, bijvoorbeeld door middel van concurrentie, we dit tarief kunnen doen dalen.
‘Daarmee kunnen we een heel erg belangrijke drempel doen slechten’, volgens Bart Caron. ‘De pc lijkt me nog het minste, maar zeker de breedband is een ernstig probleem. Hoe komt het dat mensen gemakkelijker geld uitgeven voor een breedbeeld flatscreen dan voor een computer?’
Er moet dus gewerkt worden aan de mediageletterdheid en aan het verhogen van de nuttigheid.
Daarom dat Bart Caron samen met de partners van de meerderheid een motie heeft ingediend waarbij aan de Vlaamse Regering wordt gevraagd bijzondere aandacht te besteden aan een geïntegreerde en multidisciplinaire aanpak, met als doelstellingen het aanzwengelen van de digitalisering in alle geledingen van de samenleving enerzijds, en het dichten van de digitale kloof anderzijds. Ook ten aanzien van het bedrijfsleven moet een sensibiliseringscampagne opgezet worden zodat ook zij bewust worden van de meerwaarde van internet en ICT.

Bart Caron
Bart.caron@vlaamsparlement.be
0477/49.58.10

Milieuzorg op kabinetten van geen tel voor minister Crevits

juli 10, 2008

Interne milieuzorg op de kabinetten van de Vlaamse regering vormt hoegenaamd geen prioriteit voor Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur Hilde Crevits. Dat blijkt uit een antwoord op een schriftelijke vraag van Els Van Weert.

Die reageert ontgoocheld: “Minister Crevits koestert ter zake niet de minste ambitie. Net nu in de politieke wereld en in de publieke opinie stilaan doordringt hoe urgent de milieuproblemen zijn waarmee we wereldwijd geconfronteerd worden, blijkt de voorbeeldfunctie van de Vlaamse ministeriële kabinetten voor bevoegd minister Crevits van geen tel.”

In een schriftelijke vraag polste Els Van Weert minister Crevits naar haar ambities om – in navolging van o.m. een aantal ministeriële kabinetten en overheidsdiensten op federaal niveau – ook op het niveau van de Vlaamse kabinetten en administraties een zgn. EMAS (Eco-Management & Audit Scheme of milieubeheer & milieu-auditsysteem van de Europese Unie) in te voeren.

EMAS is een doorgedreven vorm van intern milieubeleid: deelnemende organisaties onderzoeken de impact van hun activiteiten op het milieu, werken een concreet actieplan uit om die milieu-impact in aanzienlijke mate terug te dringen en durven daarbij zowel een interne als externe vorm van controle aan. De praktijk leert dat enkel een dergelijke doorgedreven, planmatige en begeleide aanpak tot betekenisvolle resultaten leidt. Zo niet verzandt interne milieuzorg al heel snel in vrijblijvende ad hoc maatregelen.

“Maar dat laatste schijnt geen bekommernis te zijn van minister Crevits”, leert Els Van Weert uit het antwoord dat ze van de minister ontving op haar schriftelijke vraag. “Enkel binnen het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie lopen momenteel de voorbereidingen om een ISO 14001-certificaat te behalen: dat is bovendien een milieuzorgsysteem van niveau 3 en geen milieuzorgsysteem van niveau 4 zoals EMAS dat is. Achter dat voor niet-ingewijden wellicht weinigzeggend onderscheid gaat nochtans een wezenlijke beleidskeuze schuil: als zelfs het voor milieu bevoegd departement geen hogere ambities koestert, zegt dat veel over de prioriteit die interne milieuzorg momenteel geniet op het Vlaamse niveau.”

“Wat de Vlaamse ministeriële kabinetten betreft, is het antwoord van Crevits nog meer veelzeggend”, vervolgt Els Van Weert.

“Crevits minimaliseert de milieu-impact van de Vlaamse kabinetten, hoewel die met ca. 450 werknemers de proportie aannemen van een flink uit de kluiten gewassen bedrijf. Verder stelt ze onomwonden dat het geen zin heeft milieuzorgsystemen op te leggen tegen de wil van ‘het management’ in.

“Ik ben er nochtans van overtuigd dat bij verschillende Vlaamse ministers er wel degelijk bereidheid is om werk te maken van een gestructureerd systeem van interne milieuzorg. Maar dat vraagt wel om een bevoegd minister die de maatschappelijke voorbeeldfunctie van ministeriële kabinetten ernstig neemt en het voortouw neemt om de reële milieu-impact van de Vlaamse kabinetten terug te dringen. Niet om een minister die zich tevreden stelt met de jaarlijkse deelname van kabinetten aan een aantal mediagenieke acties als de Dikke Truien-dag.”

Els Van Weert
Vlaams volksvertegenwooridger VlaamsProgressieven
els.vanweert@vlaamsparlement.be
www.bloggen.be/lopendezaken

Vlaams Parlement wil ondersteuning van creatieve gamesector

juli 10, 2008

Het is zoals de seizoenen een terugkerend fenomeen, de oproep om de strijd aan te binden tegen de verderfelijke invloed van gewelddadige videogames op jongeren. Enkele weken geleden was het opnieuw prijs met de release van de nieuwe “Grand Theft Auto”. We herinneren ons ook nog de eis van ondermeer de Gezinsbond en ongeruste collega’s om een verbod uit te vaardigen tegen bepaalde games toen de heisa rond het spel “Bully” uitbrak. Een resolutie van VlaamsProgressieven, sp.a, CD&V, Open VLD, NV-A en Groen! maakt nu komaf met de mythevorming rond games en vraagt om de sector een stevig duwtje in de rug te geven.

Vlaams Volksvertegenwoordiger Joris Vandenbroucke beaamt dat niet elke game het ideale speelgoed is voor jonge kinderen maar huivert bij de gedachte aan verbodsbepalingen. Er is namelijk geen enkel wetenschappelijk bewijs voor een rechtstreeks en eenduidig verband tussen agressiviteit bij jongeren en het spelen van games. Elk spel dat in ons land verkocht wordt, draagt trouwens het label van PEGI (pan european gaming informationsystem). Ze worden gelabeld op basis van 5 leeftijdscategorieën en inhoudspictogrammen die verwijzen naar geweld, angst, seks, drugs en alcohol, discriminatie en grof taalgebruik. Jaarlijks worden meer dan 1600 games gescreend, waarvan amper 2 tot 4% een 18+ – label krijgt. Via die labels kunnen we ons perfect informeren over de inhoud van een spel en onze verantwoordelijkheid voor onze gamende kids perfect opnemen.

Aan games zijn ook vele positieve effecten verbonden. Ze hebben van computers big fun gemaakt, een ganse generatie heeft zo de smaak te pakken gekregen voor het gebruik van de nu onmisbare communicatie- en informatietechnologieën. Want ook dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek : video games bieden een unieke, actieve vorm van media entertainment, vaak in een sociale context en met positieve effecten op het concentratievermogen en probleemoplossend denken in complexe situaties. Vaardigheden die elk kind best kan gebruiken.

De gamesector is ook big business. Het is een uitermate creatieve sector die een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de kenniseconomie. Deze sector mag door de productie van ‘edu-games’, simulatiespellen, enz… ook de industrie en het onderwijs tot haar klanten rekenen.

Met een voorstel van resolutie betreffende de ondersteuning van de gamesector in Vlaanderen wil Vlaams Parlementslid Joris Vandenbroucke (Vl.Pro) een bijdrage leveren aan het bijstellen van het imago van de gamesector en vooral een duurzame verankering van deze veelbelovende industrie in Vlaanderen. 

Belangrijkste elementen die in de resolutie staan :

- We willen dat alle media-producten een labeling zoals PEGI dragen zodat consumenten (ouders) attent gemaakt worden op de inhoud en de geschiktheid voor kinderen. Games zonder PEGI-rating mogen niet verkocht worden.
- We willen dat de overheid, de gamesector en de distributiesector een informatiecampagne organiseren rond PEGI.
- We willen dat er een kenniscentrum “mediawijsheid” komt dat onderzoek doet naar de effecten van nieuwe media en dat sensibiliseringscampagnes opzet naar jongeren, ouders, leerkrachten over hoe om te gaan daarmee.
- We willen dat games en interactieve software meer aan bod komt in de klas. De BTW daarop moet verlaagd worden van 21% naar 6% zoals dat al voor klassieke leermiddelen (boeken) het geval is.
- We willen een masteropleiding game-ontwikkeling in Vlaanderen.
- We willen een positief investeringsklimaat voor de game-industrie ontwikkelen, helpen bij de oprichting van een overkoepelende sector-organisatie (Game Association) en bij de oprichting van een ‘incubator’, een ‘broedplaats’ voor jonge ondernemingen en ondernemers.

Joris Vandenbroucke
Vlaams volksvertegenwoordiger VlaamsProgressieven
0475/98 14 58
joris.vandenbroucke@vlaamsparlement.be
www.jorisvandenbroucke.be

Stop de opsluiting van kinderen zonder papieren

juli 10, 2008

Bert is niet alleen Vlaams minister van Jeugd maar ook coördinerend minister voor Kinderrechten binnen de Vlaamse regering. Samen met professor Wouter Vandenhole, docent mensenrechten aan de Universiteit Antwerpen, Elisabeth Lommée en Dirk Vanheule heeft hij het rapport De Vrijheidsberoving van minderjarige vreemdelingen voorgesteld. Bert gaf de opdracht tot dit onderzoek nadat vorig jaar zowel het Kinderrechtencommissariaat als de Kinderrechtencoalitie en haar leden dringend de aandacht vroegen voor de problematiek van de vrijheidsberoving van kinderen zonder papieren. De minister vraagt de bevoegde federale ministers met aandrang rekening te houden met de beleidsaanbevelingen in het rapport en dus de nationale asielwetgeving (en de praktijken) in overeenstemming te brengen met de internationale regelgeving. Daarbij moeten ze ook rekening houden met de specifieke situatie van kinderen en jongeren. Voor de minister en de Kinderrechtenactoren is het onaanvaardbaar dat in ons land nog steeds minderjarige vreemdelingen, in het kader van hun asielprocedure, worden opgesloten.

In het rapport Vrijheidsberoving van minderjarige vreemdelingen geven de onderzoekers de schendingen van de Belgische asielwetgeving en -praktijken aan de internationale regelgeving aan. De onderzoekers hebben een strikt juridische toetsing aan het Internationaal Verdrag van de Rechten van de Mens, het Verdrag van de Rechten van het Kind (IVRK) en andere verdragen gedaan. Ze hebben zich specifiek gericht op de situatie van minderjarige vreemdelingen, in een gezinssituatie of niet-begeleid.
Wat betreft de vrijheidsberoving op zich, stelt het rapport dat in een maximale benadering van de kinder- en mensenrechten de opsluiting van minderjarigen zonder papieren wettelijk zou moeten worden uitgesloten. Vanuit een minimale benadering, namelijk de handelswijze die nog net mogelijk is om niet strijdig te zijn met de internationaal erkende kinder- en mensenrechten, legt het onderzoek de pijnpunten bloot in de Belgische wetgeving en praktijk rond de vrijheidsberoving van minderjarige vreemdelingen. De auteurs komen zo tot zeer concrete beleidsaanbevelingen voor het federale niveau.

De vier grote pijnpunten zijn:
- de noodzaak van de maatregel tot vrijheidsberoving wordt onvoldoende geval per geval onderzocht;
- de vrijheidsberoving duurt vaak te lang;
- de detentieomstandigheden zijn niet aangepast aan de specifieke noden en rechten van minderjarigen;
- de verplichting om in concrete opvang en begeleiding na terugwijzing te voorzien dient wettelijk verankerd te worden, en rechterlijke beslissingen tot vrijlating worden in strijd met het beginsel van de rechtsstaat genegeerd.

Bert Anciaux zal het rapport overmaken aan de federale regering, en in het bijzonder aan de minister van Migratie- en Asielbeleid, de minister van Justitie en de minister van Maatschappelijke Integratie. In de federale regering is er immers geen minister voor Kinderrechten. De gemeenschappen willen en moeten in deze kwestie de pionier zijn.

Bert roept de federale regering op om de rechten van kinderen zonder papieren maximaal te beschermen, en een wetsontwerp in te dienen dat de opsluiting van minderjarigen zonder papieren verbiedt. Als de federale regering ervoor kiest om zich op basis van dit rapport in regel te stellen met haar minimale mensenrechtelijke verplichtingen dan is dat een stap vooruit, maar onvoldoende volgens het Kinderrechtenbeleid en volgens het samenwerkingsverband van de Kinderrechtenactoren.

Voor de minister en de kinderrechtenpartners zijn er naast het objectieve gegeven van de schending aan de internationale regelgeving, ook even belangrijke argumenten om detentie voor deze groep in geen enkele omstandigheid te aanvaarden. Bert Anciaux: “Gevoelsmatig beseft iedereen die met kinderen begaan is dat opsluiting voor kinderen een bijzonder traumatiserende ervaring is die hen voor het leven tekent. Een groeiend aantal wetenschappelijke onderzoeken bevestigt dit. Kinderen in detentie lopen psychische schade op. Daarbij blijkt de voortdurende bestaansonzekerheid een bepalende factor met diverse belangrijke gevolgen; zoals een onveilige hechting van jonge kinderen, de manifestatie van parentificatie bij kinderen in de basisschoolleeftijd, een negatief zelfbeeld en schaamte vanuit een afwijzingsgevoel bij adolescenten. Kinderen die veelal jaren in onze samenleving een normaal en geïntegreerd leven leiden, oppakken en van hun vrijheid beroven is onmenselijk en verwerpelijk, en dus in strijd met de geest van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. Ons land moet onmiddellijk stoppen met het opsluiten van kinderen zonder papieren.” 

Kabinet Vlaams minister  Bert Anciaux
Arenbergstraat 7
1000 BRUSSEL
Tel.02/552.69.00
Fax.02/552.69.01