De Vlaamse begroting en de bijhorende beleidsbrieven etiketteren de veelzijdigheid, de welstand, en de creativiteit van Vlaanderen. Ondanks ons onvolledig bevoegdheidspakket, zijn de beleidsinspanningen van Vlaanderen indrukwekkend. Toch zijn er nog vrij veel pijnpunten aanwijzen. Bij monde van fractieleider Bart Caron gaf spirit zijn insteek in het kader van de begrotingsbesprekingen.
Eerst over de interculturele samenleving. Er is een moeizame verhouding met de interculturele samenleving: we balanceren tussen openheid en verdraagzaamheid aan de ene kant en aanklampende inburgering, noem het maar assimilatiedwang of -drang aan de andere zijde. De problemen rond de hoofddoek in publieke functies of de commotie over het Offerfeest illustreren die spanning, de verschillende visie op diversiteit. Voor de enen is dat neutraliteit, voor ons is dat het erkennen van verscheidenheid.
In alle inspanningen die Vlaanderen op het terrein doet, schuilt die tweespalt. We investeren stevig in inburgering, opleiding en onderwijskansen. Dat is uitstekend. Vorige week nog reikte het Vlaams Minderhedenforum de eerste tv-prijs uit voor de beste interculturele televisie, nota bene aan Man Bijt Hond.
Interculturaliteit is een verantwoordelijkheid voor elke minister, in elk beleidsdomein, van Wonen tot Cultuur, van Onderwijs tot Bestuurszaken. Ook de Vlaamse administratie is hier geen voorbeeld. Eind 2005 had de Vlaamse overheid 0,4 percent allochtone werknemers, een jaar later was dat 1,1 procent. Dat is geen weergave van de bevolkingssamenstelling. Het streefcijfer is 4 percent tegen 2015. Er is dus nog werk aan de winkel.
Vlaanderen is rijk, zoals blijkt uit vele statistieken. Maar met statistieken moeten we opletten. Er zijn al veel mensen verdronken in water van gemiddeld een halve meter diepte. De mediaan verbergt dat we in Vlaanderen nog steeds te veel armoede kennen. De kloof in de Vlaamse samenleving neemt toe. En daarbij kunnen we bij de Vlaamse Regering onmacht – en ook een beetje onwil – vaststellen om de armoede in Vlaanderen echt te bestrijden. Het blijft vooral bij symbolische daden. Een mooi ogend strategisch plan armoedebestrijding kan dat niet goedmaken, evenmin als de steun aan verenigingen waar armen het woord nemen.
Er is in Vlaanderen nog een ontstellend tekort aan sociale huurwoningen, een stijgend aantal mensen die bij OCMW’s aankloppen voor budgetbegeleiding, schuldbemiddeling of energieproblemen. En we moeten niet rekenen op veel beterschap op korte termijn, nu er een stevige prijsstijging van veel basisproducten volgt.
De Vlaamse Regering zou een tandje mogen bijsteken in het bestrijden van de armoede. We kiezen voor een warme samenleving. Daarom is er het Participatiedecreet van minister Anciaux. Het is een set met aanvullende inspanningen, de creatie van nieuwe praktijken en veel mensen goesting doen krijgen en laten participeren aan de samenleving. Daarom is er een forse investering in kampeermateriaal voor jeugdwerk, daarom zijn er heldere uitdagingen voor het sociaal-cultureel werk. In een warme samenleving zijn er geen wachtlijsten in de zorg. Ik ga het debat niet heropenen, maar we moeten ook niet doen of het probleem is opgelost.
Er zijn wel intenties, ook in de begroting van 2008, om te werken aan meer plaatsen in de gehandicaptenzorg, in de rusthuizen, in de bijzondere jeugdzorg, maar ook in de kinderopvang en de thuiszorg. De betrokken mensen eisen hun rechten op, willen gerespecteerd worden in hun waardigheid en willen een moderne zorg. Daarom zullen enkel financiële inputs, hoe belangrijk ze ook zijn, niet volstaan om de problemen ten gronde op te lossen. We moeten ook investeren in een verbeterde regelgeving en daarover durven discussiëren.
We zijn niet in alle domeinen de beste leerlingen van de Europese klas. Neem bijvoorbeeld ons natuur- en milieubeleid, of onze afvalverwerking. We verschuilen ons liever in de buik van het peloton en kijken de kat uit de boom. Dat is jammer. We zouden ter zake wel wat meer ambitie mogen hebben.
Het begrip ‘internaliseren’ is in milieudebatten gemeengoed geworden, maar nu moet er ook nog iets mee gedaan worden. Waar zijn we eigenlijk mee bezig? Energie privatiseren we, maar voor ons afval moet de overheid zelf blijven zorgen Wij menen al lang dat afvalkosten deel moeten uitmaken van de kostprijs van de producten. Wij noemen dat productenverantwoordelijkheid. Sterk vervuilende producten moeten dus meer kosten. Maar afval moet je gratis kwijt kunnen in vuilniszak of milieupark. We noemen dat internaliseren. In het regeerakkoord van de Vlaamse Regering is het begrip ‘internalisering’ opgenomen. Wij vragen de regering om daar dan ook een beleid rond te voeren.
Op het vlak van mobiliteit zijn er drie belangrijke uitdagingen: de duurzame verplaatsing, veiliger verkeer en een minder vervuilend verkeer. De eerste uitdaging, duurzame verplaatsing, gaat over het afkicken van onze verslaving van de wagen. Dat gaat de goede richting uit. In het Vlaamse Gewest is het aandeel van personenwagens in personenkilometers gedaald en het aandeel van het openbaar vervoer gestegen. In andere EU-landen is het omgekeerde waargenomen: daar is het aandeel van personenwagens gestegen. Dat bewijst dat een kleine regio als Vlaanderen dankzij goed beleid tegen de trend kan ingaan.
Allerlei veiligheidsmaatregelen hebben voor een spectaculaire daling van het aantal ongevallen en doden gezorgd. Maar die tendens stagneert. Op onze autosnelwegen gaat het zelfs opnieuw de verkeerde kant op. Het Verkeersveiligheidsplan van de ministers Van Brempt en Crevits is er niets te vroeg gekomen. We verwachten dat verkeersveiligheid de absolute prioriteit blijft van de twee ministers. We juichen ook de beslissing van de Vlaamse Regering toe om op termijn een kilometerheffing voor vrachtwagens in te voeren naar Duits model. We hopen dat we die als een onomkeerbare stap mogen beschouwen in de richting van een slimme kilometerheffing.
Ik zal het niet uitgebreid over onderwijs hebben, al is dat – geheel terecht -een zware post in de begroting. Uit de conclusies van de recente PISA-onderzoeken is duidelijk gebleken dat de minister van Onderwijs op het goede spoor zit wat betreft zijn veelvuldige initiatieven en accenten met betrekking tot gelijke onderwijskansen. Ik wil toch even beklemtonen hoe belangrijk wij het vinden dat in de onderwijssubsidiëring de lat gelijk is gelegd tussen de onderwijsnetten. Dat is een historisch feit, dat we hartelijk toejuichen.
Tot slot Vlaanderen is bijna schuldenvrij. Zo klinkt de blijde boodschap, en we horen die ook graag. Dit is dan ook hét moment om onze verantwoordelijkheid te nemen inzake ontwikkelingssamenwerking. Op een begroting van 23,5 miljard euro geeft Vlaanderen 24,5 miljoen euro uit aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is 0,11% van de Vlaamse begroting. Hoewel de economische groei sinds 2000 wereldwijd toeneemt moeten nog steeds 1 miljard mensen het stellen met minder dan 1 euro per dag. Daarom, en nu de Vlaamse overheidsfinanciën meer dan ooit op kruissnelheid komen en de overheidsschuld zo goed als nihil is, moet ook de Vlaamse begroting voor ontwikkelingssamenwerking op kruissnelheid komen. We willen met spirit in 2010 eindelijk de 0,7%.
Maar er dient ook het een en het ander gerelativeerd te worden. De alternatieve financiering van infrastructuur in de zorg, welzijn, sport, enz. legt een aantal langlopende financiële engagementen op. Het toont voor alles aan dat we inderdaad een investeringsregering hebben. Maar we zullen lang moeten blijven betalen voor die alternatieve investeringen Wij steunen de inspanningen, ze zijn immers nodig. Maar al zijn het geen schulden in de letterlijke zin van het woord, ze belasten de begroting in belangrijke mate. Daar moeten we attent voor blijven. We belasten de volgende generatie. Nu leven we in een economische hausse, maar hoe lang blijft die duren? Spirit pleit voor voorzichtigheid.