Archief voor de ‘Nieuwsbrief januari 2008’ Categorie

Vlaams parlement wil ‘persoongebonden budget’ voor personen met een handicap

januari 9, 2008

Ondanks de stijgende budgetten die de overheid vrijmaakt nemen de vragen toe in de welzijnssector. Maar er is vooral een onomkeerbare tendens naar vraaggestuurde zorg, waarbij mensen met een handicap centraal staan.
Het doel van deze resolutie is aan de Vlaamse Regering het engagement vragen om in 2008 te starten met een experimenteel project ‘persoonsgebonden budget’ (PGB). Het persoonsgebonden budget tot doel heeft de zelfsturing van het zorgaanbod door mensen met een handicap te verhogen. Het moet eveneens een bijdrage zijn in de aanpak van de wachtlijsten in de gehandicaptensector.

Door de verbetering van de medische wetenschap stijgen de overlevingskansen van mensen die geveld worden door een beroerte of een verkeersongeval. Tegelijk stijgen ook de overlevingskansen bij pas geboren baby’s en jongere kinderen met een levensbedreigende ziekte of handicap. Mensen blijven ook steeds langer leven, ook mensen met een handicap of chronische zieken. Ook de inhoud van de vragen wijzigt. Mensen kiezen bewuster om zo lang mogelijk in hun thuisomgeving te kunnen wonen. Ook mensen met een handicap kiezen bewust voor een inclusieve setting en een zorg die ze meer zelf kunnen aansturen. Het is een uitdaging voor de overheid in te spelen op deze evoluties.

De heroriëntering van een aanbodgestuurde zorg naar een vraaggestuurde zorg staat al langer op de politieke agenda. Vlaanderen volgt hierin een internationale evolutie waar de persoon met een handicap of chronische ziekte centraal komt te staan in de organisatie van de welzijns- en de zorgsector.
Er lopen al een aantal projecten die daartoe bijdragen: o.a; het project Zorggradatie, de Zorgregie, het proefproject geïntegreerd wonen … Intussen blijft het budget dat besteedt wordt aan het wegwerken van de wachtlijsten jaarlijks stijgen met 22,5 (in 2007) en 32 (in 2008) miljoen euro. Maar er moeten in de zorgvernieuwing nog veel stappen worden gezet. Persoonsgebonden financiering van de gehandicaptenzorg is momenteel beperkt tot de regeling voor PAB (Persoonlijk Assistentie Budget) en de modules in het kader van het project zorggradatie.

Via dit experiment kan onderzocht worden op welke wijze persoongebonden budgetten kunnen bijdragen tot een vraaggestuurde zorg. De kern is een persoonsgebonden convenant tussen de overheid en een individuele persoon met een handicap. Hierin wordt een budget toegekend aan de persoon met een handicap, dat hem toelaat ondersteuning in te kopen. De grootte gebeurt op basis van een individuele inschaling en een inschatting van de kostprijs van de aangeboden ondersteuning. De voorzieningen die meewerken moeten in dit kader meer ondernemingsruimte krijgen.
De doelgroep voor dit experiment zijn alle personen met een handicap die reeds meer dan 3 jaar wachten op een urgente oplossing, die sinds 2005 een PAB-aanvraag hebben, aangevuld met personen die momenteel verblijven in een residentiële voorziening.

De indieners willen dat de minister op zijn begroting een voldoende groot bedrag voorziet zodat de experimentele groep voldoende groot is om beleidsconclusies te kunnen trekken. Het is ook nodig dat er, in de regio’s waar het experiment loopt, zoveel mogelijk zorgvoorzieningen en -aanbieders deelnemen.

Dit experiment stelt dus niet enkel de realisatie van het PGB tot doel maar evenzeer het aanpakken van de wachtlijst in de gehandicaptensector.

Duurzame logistiek mag geen containerbegrip zijn

januari 9, 2008

In december bogen 300 captains of society zich over het sociaal-economisch Forum aangaande de beleidsprioriteiten van “Vlaanderen in Actie”, zeg maar het businessplan van de Vlaamse regering. Eén van de grote uitdagingen van dit plan is de logistieke uitbouw van Vlaanderen tot een “poort op Europa”. Zonder een beprijzingsbeleid en zonder het creëren van per spoor en binnenvaart ontsluitbare clusters van logistieke activiteiten, zal aan de voorbij denderende goederenstroom echter weinig waarde worden toegevoegd. Het blind accommoderen van de aanzwellende goederenstromen over onze verzadigde infrastructuur maakt van onze wegen  “transportbanden” van de havens van Rotterdam en Antwerpen naar het achterland. We krijgen dan verkeer door Vlaanderen in plaats van verkeer voor Vlaanderen. Verkeer dat grotendeels tot stilstand komt en de rest van onze economie met een gigantisch tijdsverlies en milieufactuur opzadelt. De poort op Europa kreunt onder zijn schurende scharnieren en dreigt op onze neus dicht te slaan. Vlaanderen in Actie wordt zo VIS: Vlaanderen in Stilstand. 

Vlaanderen ligt centraal en is te land, ter zee en vanuit de lucht vlot bereikbaar. Hierdoor zijn we de ideale draaischijf voor het ontvangen, bewaren, behandelen en doorvoeren van goederen uit alle windstreken. De 400 Europese distributiecentra op ons grondgebied, goed voor 25000 arbeidsplaatsen, zijn hier niet toevallig neergestreken. Dat de logistieke sector groeiende is, merken we ook aan de invasie van vrachtwagens, de langere files en de smogborden op warme zomerdagen. Om de groeiende goederenstroom die onze centrale ligging met zich meebrengt te kunnen doorzetten, wordt massaal geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur. Alleen al voor de verdere ontsluiting van de haven van Antwerpen zijn infrastructuurprojecten gepland ter waarde van 4 miljard euro : de Oosterweelverbinding, de Liefkensspoortunnel en een tweede spoortoegang. Langs de zeezijde werd niet minder dan 680 miljoen euro geïnvesteerd in het Deurganckdok en wordt 200 miljoen euro neergeteld voor het uitbaggeren van de Schelde. Niet inbegrepen in deze prijs voor extra infrastructuur, zijn de kosten verbonden aan de veroorzaakte milieuschade, files en ongevallen. Onder bepaalde gevallen zijn deze nieuwe investeringen maatschappelijk batig, als we erin slagen de groeiende trafiekstroom te “veredelen” door het etiketteren, verpakken, controleren en assembleren van producten voor hun verdere tocht naar de Europese markten. Maar we zien ook te veel goederen over onze wegen denderen waar nauwelijks of geen waarde aan wordt toegevoegd. Doorvoerverkeer van derde landen dat onze regio passeert en ons enkel laat meedelen in de lasten en niet in de lusten. De milieukosten en filekosten van dergelijke vervoersstromen zorgen voor een permanente onbetaalde rekening. Deze stromen nemen vervoerscapaciteit en milieuruimte in ten koste van andere activiteiten die instaan voor veel meer jobs en toegevoegde waarde.

Logistiek met een positief maatschappelijk rendement is mogelijk, maar dan moeten we voluit kiezen voor een duurzame logistiek. Daarbij moeten we selectiever zijn in het aantrekken van goederen, de goederenstroom efficiënter en anders afwikkelen en er meer waarde aan toevoegen.

Clusteren en bundelen

Om te vermijden dat ‘duurzame logistiek’ een leeg containerbegrip wordt, moeten we strenge voorwaarden koppelen aan de ontwikkeling van nieuwe logistieke activiteiten. Nieuwe distributiecentra moeten ingeplant worden op multimodale knooppunten. Daar waar goederen worden aangevoerd, over- en opgeslagen, verwerkt en verder getransporteerd naar het Europese hinterland, moeten wegen, waterwegen en spoorwegen met elkaar verknopen. In het licht van een onderbenut Albertkanaal is de roep om extra rijstroken op de E313 economische en ecologische waanzin. Bij Nike in Laakdal heeft men deze boodschap begrepen. 96% van de aanvoer aldaar gebeurt per binnenschip en trein vanuit de Antwerpse haven. De goederen die er vertrekken, doen dat echter hoofdzakelijk per vrachtwagen. Waarom? Omdat het inleggen van rendabele spoor- en binnenvaartshuttles naar knooppunten in het achterland een minimaal kritisch volume vereist dat de output van een gemiddeld distributiecentrum of  onderneming ver overstijgt. Vandaar het belang van clustering van bedrijven met activiteiten die synergieën opleveren en wiens goederen gebundeld kunnen worden om spoor- en binnenvaartverbindingen naar het hinterland volledig te benutten.

Slimme logistiek vraagt dus ook een flankerend ruimtelijk beleid dat logistieke activiteiten en vervoersgenererende ondernemingen clustert rond multimodale knooppunten. De schaarse vrije ruimte binnen deze clusters mag niet worden toegewezen volgens het principe ‘wie eerst komt, eerst maalt’, maar aan ondernemingen die passen binnen de puzzel van de duurzame logistiek. Het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) becijferde dat een ‘at random’ invulling van bedrijventerreinen in de provincie Limburg 8000 arbeidsplaatsen oplevert, terwijl clustering goed is voor 42 000 arbeidsplaatsen. Flanders Investment and Trade (FIT) moet actief op zoek gaan naar potentiële buitenlandse investeerders met een profiel dat past binnen het clusterverhaal. Dankzij dit vernieuwend logistiek concept kan Vlaanderen hen een Unique Selling Proposition aanbieden. 

Slimme kilometerheffing
 
Tot slot is de omslag naar een duurzame logistiek ook enkel mogelijk als we een faire prijs kunnen aanrekenen voor het gebruik van onze wegen, waarbij ook de kosten verbonden aan milieuschade, ongevallen en files worden doorgerekend aan de weggebruikers. In Duitsland rekent men via satelliettechnologie een gemoduleerde kilometerheffing aan voor vrachtwagens van meer dan 12 ton. Resultaat: een versnelde vervanging van het voertuigenpark door zuinigere modellen, een hogere beladingsgraad (minder lege vrachtwagens) en een verschuiving van vracht van de weg naar spoor en binnenvaart.
Clustering, bundeling, multimodaliteit en een correcte beprijzing zijn de krachtlijnen waarlangs Flanders Logistics zich moet ontwikkelen. Dan creëren we meer waarde met minder milieudruk. Dure infrastructuur aanleggen om op weinig winstgevende maar wel vervuilende wijze met dozen te schuiven zou allerminst een doorbraak zijn. In plaats van poort op Europa, worden wij dan de koelies van Europa.

Bert Anciaux vindt oplossing voor de motorcrossterreinen

januari 9, 2008

Op vrijdag 21 december 2007 keurde de Vlaamse Regering een belangrijke wijziging met betrekking tot het Vlarem goed. Bert Anciaux speelde daarin een prominente rol. De grootste verandering doet zich voor op het gebied van motorcross. Eindelijk zijn er permanente terreinen vastgelegd voor het beoefenen van de sport en heeft men gezocht naar nieuwe inplantingen. Daarbij luisterde men naar de verzuchtingen van zowel voor- als tegenstanders. Hoe de vork precies in de steel zit, leest u hier.

De voorbije jaren heeft een interdepartementale werkgroep Ruimtelijke Ordening en Sport een nota opgemaakt om een “betere integratie tussen de beleidsdomeinen Ruimtelijke Ordening, Leefmilieu en Sport” te verkrijgen. De werkgroep detecteerde knelpunten en formuleerde voorstellen om tot oplossingen te komen. Bert heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om onze wagon aan de grote trein te hangen en dit met een goed resultaat. In het aanpassingsbesluit van 21 december 2007 werden bijna al zijn voorstellen gehonoreerd.

Men voerde aanpassingen door m.b.t. kleiduifschieten, schietstanden, motorcross (afstandsregels, openingsuren), watersporten (waterski, jetski, duiken, surfen), paardrijden (organisatie occasionele evenementen), modelvliegtuigen, de toegankelijkheid van openluchtzwembaden… Het gaat niet om de meest beoefende sporten, maar de sportliefhebbers van deze takken mogen niet in de kou blijven staan.

De grootste verandering zijn er op het vlak van de motorcross. De Vlaamse motorcrossers – denken we onder andere maar aan Eric Geboers, Stefan Everts, Joël Smets en Steve Ramon – behoren tot de absolute wereldtop. Uit een studie van de WES uitgevoerd in 2001 bleken er in 2000 in Vlaanderen 249 clubs actief te zijn met 9.189 aangesloten sportbeoefenaars van gemotoriseerde sporten (zowel competitief als recreatief).

In de loop der jaren echter daalde het aantal beschikbare circuits voor trainingen en oefeningen van meer dan zestig circuits tot een viertal, die al dan niet volledig vergund zijn. De studie van WES toont aan dat dit ruim onvoldoende is. Als men geen permanente omlopen met trainingsfaciliteiten voor gemotoriseerde sporten aanduidt en inplant, is het gevaar reëel dat vele beoefenaars “wild gaan crossen” bij gebrek aan een correct vergund oefenterrein. Zo zal er aanzienlijk meer milieu- en natuurschade veroorzaakt worden.

De Vlaamse regering keurde in 2002 een spreidingstabel goed voor de inplanting van permanente omlopen voor gemotoriseerde sporten. Op initiatief van Bert legde de Vlaamse regering in 2005 definitief vier  permanente locaties vast, met name het terrein Heeserbergen in Lommel, Waterloos in Neeroeteren-Maaseik, Op Het Broek in Kaulille-Bocholt en Rooiveld in Westerlo.

Daarnaast werd beslist om drie locaties voorlopig aan te duiden als permanente omlopen met trainingsfaciliteiten voor gemotoriseerde sporten. De provincie Antwerpen stelde de locaties Hondapark in Balen voor en Kraaienhorst in Brecht. Limburg dacht aan het terrein Horensbergdam in Genk. Bijkomend onderzoek moest nog gebeuren naar onder meer de aspecten mobiliteit, effecten op landbouw, geluid, stof…  Lawaaierige sporten liggen heel gevoelig en na veel overleg en mede door toedoen van de provincie Antwerpen werden op initiatief van Bert de drie voorlopig aangeduide locaties op 21 december 2007 definitief vastgelegd. Na de beslissing van de Vlaamse regering zal de provincie Antwerpen starten met de opmaak van een PRUP voor de locaties Balen en Brecht.

Ook in de overige provincies zal ten minste één terrein aangeduid worden. Het is noodzakelijk hiervoor een voldoende maatschappelijk draagvlak te creëren. De voor- en tegenstanders staan hier immers echt wel lijnrecht tegenover elkaar en een compromis vinden is niet altijd evident. Met de nodige discretie worden daarom op dit moment diverse mogelijkheden onderzocht en afgetoetst op hun haalbaarheid.

Jan Roegiers in de bres voor Palestijnse studenten

januari 9, 2008

Begin december bracht Vlaams volksvertegenwoordiger Jan Roegiers met twee collega’s op initiatief van broederlijk delen en Pax Christi een bezoek aan de bezette gebieden. “In Gaza voltrekt zich een humanitaire ramp, de situatie van de gemiddelde Palestijn is ronduit schrijnend”, getuigt de spirit’er. Hij trok er zich ook het lot aan van de studenten.

“Wij spraken er met de studenten, bij wie de frustratie groot is omdat zij door de pesterijen aan check-points, de Muur en/of de regelmatige afsluiting van hele wijken gewoon niet op hun school of universiteit geraken. Israël maakt het hen bijna onmogelijk om te studeren. Een flagrante schending van het recht op onderwijs, nochtans een mensenrecht”, aldus Jan Roegiers.

Er zitten in Gaza ook vele Palestijnse studenten vast die in het buitenland studeren maar na hun zomervakantie het land niet meer uitmochten. Zij dreigen hun academiejaar én inschrijvingsgeld te verliezen. Jan Roegiers bond alvast die kat de bel aan en had na zijn terugkeer een onderhoud met de Vlaams Vereniging van Studenten om na te gaan hoe er voor die studenten een oplossing kan gezocht worden.

“Vlaamse parlementsleden op bezoek in Palestina die het over vrede wilden hebben, we werden soms wat raar aangekeken”, vertelt Jan Roegiers . Vrede klinkt hol in een gebied waar Israël met een agressieve nederzettingspolitiek elk normaal leven onmogelijk maakt, gedeeltelijk Palestijns zelfbestuur ten spijt. Naast de 2,5 miljoen Palestijnen leven er op de Westelijke Jordaanoever inmiddels 500.000 Israëli’s.
 
Erger nog is de beruchte Muur. “Israëli’s drukten ons op het hart dat die muur dient om hun veiligheid te verhogen, maar dat klopt slechts gedeeltelijk” volgens Roegiers. De Muur wordt namelijk niet gebouwd op de grenzen (320 km) van vóór de Zesdaagse Oorlog, in werkelijkheid is de Muur 712 km lang. Israël maakt er ook misbruik van om grote stukken Palestijns gebied in te lijven. Hele Palestijnse gemeenschappen worden zo afgegrendeld van hun eigen landbouwgronden of waterputten.

Bovendien houdt Israël op de Westelijke Jordaanoever maar liefst 562 checkpoints en wegversperringen in stand. Een Palestijnse werkdag is een aaneenschakeling van omwegen, controles en – in het beste geval – grote vertragingen. De humanitaire nood van inwoners is daardoor erg groot. Meer dan de helft van de bevolking leeft er onder de armoedegrens.

Sinds de overwinning van Hamas in 2006 houdt Israël douane-inkomsten voor de Palestijnse Autoriteit achter en schroefden verschillende donoren hun steun terug. In Gaza voltrekt zich op dit moment een humanitaire ramp. 1,4 miljoen Palestijnen zitten er als ratten in de val. De export is tot nul herleid, de meeste bedrijven en fabrieken moesten de deuren sluiten, met massale werkloosheid tot gevolg. Er is tekort aan voedsel, water en medicijnen.

Roegiers: “Het Palestijnse Ministerie van Planning vroeg ons met aandrang te ijveren voor het heropstarten van de Belgische ontwikkelingsprojecten die sinds de overwinning van Hamas in 2006 werden stopgezet. Daar wil ik binnenkort minister Bourgeois over ondervragen in het Vlaams parlement”.

Tijdens de missie naar de Palestijnse Gebieden hield Jan in opdracht van ActuaTV een videodagboek bij. Klik op de volgende links om de drie uitzendingen nú online te bekijken!

- deel 1

- deel 2

- deel 3

Je kan Jan z’n blogs over de Gazastrook hier lezen

Internaliseren. Laten we de afvalknop eindelijk omdraaien

januari 9, 2008

Internaliseren.  Inter… wat zei de toenmalige Spirit-voorzitter zaliger op ons stichtingscongres.  Intussen is het begrip internaliseren in milieudebatten gemeengoed geworden.  Nu er nog echt iets aan doen!

Zes jonge gastjes van ± 10 jaar oud stappen het voetballokaal uit met een grote zwarte zak afval op de schouder.  Achter hen loopt een iets jongere met AC Milan getooide voetbaltrui en een bus benzine in de rechterhand.  Ik was genodigde van een oude kennis op het steak-festijn van de plaatselijke derde provincialer.  Wat gingen die zeven kabouters doen… vuurke stoken in een ton verscholen in het aanpalende sparrenbos.  Ik kon mijn oren en ogen niet geloven.  Ja, zei mijn gastheer, als we de vuilniszakken van de gemeente niet gebruiken sparen we genoeg geld uit om de trainer te betalen.

We weten hoeveel steenslag, groenafval, restafval iedere burger naar het containerpark brengt.  Weet je: badge, weegbrug, diftar, sensibilisering …maar wie een brood koopt met het geld van een vuilniszak kunnen we niet in kaart brengen.  Maak maar eens een uitdrijving mee, dan zie je hoe Vlaanderen sorteert.  Of loop eens langs de duurdere wijken.  Op elke onbebouwde kavel een hoop gras van de mooie peloese bij de grote villa.  Want deze mensen kunnen wel betalen maar zijn te lui om hun afval weg te brengen.

Waarmee zijn we bezig?  Energie privatiseren we.  De macht weet je wel !  Maar afval dat blijven we zelf doen omdat in onze intercommunales zitpenningen belangrijker zijn dan inzicht.  Afvalkosten moeten deel uitmaken van de kostprijs van onze producten.  Wij noemen dat productenverantwoordelijkheid.  Sterk vervuilende producten moeten dus meer kosten en afval moet je gratis (want reeds betaald bij aankoop) kwijt kunnen in vuilniszak of milieupark.  Wij noemen dat met een moeilijk woord “internaliseren”.  In het regeerakkoord van de Vlaamse Regering staat dat internalisering uitgangspunt moet zijn van het afvalbeleid.  Waarop wacht deze regering om de producenten voor hun verantwoordelijkheid te plaatsen.  De afvalberg zal vanzelf slinken als we aan de centen van de producenten zitten.  En voor Jan met de pet en de prof met zijn gras zal het allemaal duidelijker worden.  En ons nest … het zal minder vuil zijn.

De drinkbus van ons idool Tom Boonen daar vechten we voor maar ’t zondags worden honderden drinkbussen in de natuur gedumpt door fietsend Vlaanderen.  (sensibiliseren met voorbeeldgedrag noemt dat!)

En hondenpoep … daar ergeren we ons aan.  En die vervuilde beken met onze eigen fecaliën en wasproducten, ja, dat is voor ons gemak!

Laten we de afvalknop eens omdraaien en vooral: laten we zelf nu iets doen aan ons gedrag want anders wordt de rekening voor onze kinderen onbetaalbaar.

Spirit werkt aan gelijke kansen van in het lager tot in het secundaire onderwijs

januari 9, 2008

Dat Vlaanderen over een uitstekend onderwijs beschikt, bewijzen de gegevens uit het onderzoek van de Pisa-studie in opdracht van de OESO (de organisatie van economische samenwerking en ontwikkeling). Dirk De Cock interpreteerde deze driejaarlijkse wereldranglijst voor onderwijs. Vlaanderen staat op de vijfde plaats voor wiskunde en lezen en op de achtste plaats voor wetenschappen. Toch hangt er een schaduw over dit succesverhaal. Er is een staartgroep, die niet mee kan. De kloof in het onderwijs tussen kansarmen en kansrijken blijft groot in Vlaanderen. Het gelijke kansenbeleid is nog maar enkele jaren een prioriteit. Dus het is niet onlogisch dat die kloof zich nog steeds manifesteert. Hopelijk – en daar gaan we van uit – zullen de toekomstige toetsingen het verschil tussen kansrijke en kansarme kinderen betekenisvol verminderen.  Dirk De Cock blijft ondertussen mee aan de kar trekken voor nieuwe beleidsinitiatieven voor het basis- en secundair onderwijs.

Eén van de prioriteiten voor de spiritfractie is kleuterparticipatie. De meeste partijen pleit voor een verlaging van de leerplicht naar vijf jaar als middel om de kleuterparticipatie te verhogen. Spirit heeft altijd een ander geluid laten horen vanuit de visie dat stimulering centraal moet staan.
Dirk De Cock: “ De vervroeging van de leerplicht  is volgens ons niet de juiste oplossing. Een halve dag thuis blijven, een dagje bij de oma,. .. zal niet meer zo eenvoudig kunnen. Leerplicht betekent ook een medisch attest voorleggen bij afwezigheid door de vele kinderziektes. Tegelijkertijd vrezen we voor het risico dat de schoolse technieken van de lagere school de kleuterklas binnensluipen. Dit willen we absoluut vermijden. Kleuters moeten zich op hun eigen tempo en op een speelse manier kunnen ontwikkelen.“

Spirit pleit daarom voor een inschrijvingsplicht. Dit  inschrijven bij een kleuterschool wordt gekoppeld aan een engagement dat de kleuters voldoende aanwezig zijn in de kleuterschool.  De inschrijvingsplicht heeft verschillende positieve gevolgen. Ten eerste wordt de huidige groep niet-ingeschreven kleuters zichtbaar. Ten tweede hebben alle kleuters en hun ouders een contactmoment gehad met de school. Hierdoor kunnen problemen preventief gedetecteerd worden. Ten derde zal uit de inschrijvingsplicht automatisch een verhoogde participatie vloeien. Het onderstreept immers het belang dat aan het kleuteronderwijs wordt gehecht, wat een sensibilisatie op zich inhoudt.
Dirk De Cock heeft deze week mee een decreet ingediend te bevordering van de kleuterparticipatie. En belangrijk: inschrijvingsplicht vormt een belangrijk onderdeel van dit decreet.

Ook in het lager en secundair onderwijs moeten er extra stappen gezet worden naar gelijke kansen. En ook hier heeft spirit de voorbije weken haar stempel gedrukt in het debat. Dirk De Cock pleitte –met succes – voor Vlaamse ondersteuning van het buddy-project.  Bij dit project worden studenten lerarenopleiding van de hogescholen en de universiteit ingeschakeld om kansarme leerlingen te begeleiden.

Deze manier van werken – ook tutoring genoemd-  krijgt meer en meer aandacht. De Katholieke Universiteit Leuven gaat op initiatief van de Leuvense schepen van Onderwijs en Diversiteit, Mohamed Ridouani (spirit) integreren in haar algemeen diversiteitsbeleid. Ook andere steden toonden al interesse voor het project. En er lopen op dit moment ook 11 projecten gesubsidieerd door de Koning Boudewijnstichting.  

Dirk De Cock bracht dit warme project onder de aandacht in het Vlaams parlement. Onderwijsminister Frank Vandenbroucke reageerde positief en nam onmiddellijk concrete maatregelen.  Hij heeft aan de Koning Boudewijnstichting gevraagd om alle bestaande initiatieven in kaart te brengen, een gezicht te geven aan de betrokkenen, en een analyse te maken van knelpunten en succesfactoren. Hieruit zullen ook nog een studiedag en strategische beleidsaanbevelingen volgen.

Spirit zal ook in de toekomst in het debat over gelijke kansen in het onderwijs haar stem laten horen. Dirk De Cock: “Ons uitgangspunt blijft dat we kiezen voor  concrete voorstellen waarbij het belang van het kind centraal staat.”

Begrotingsbespreking in het Vlaamse Parlement

januari 9, 2008

De Vlaamse begroting en de bijhorende beleidsbrieven etiketteren de veelzijdigheid, de welstand, en de creativiteit van Vlaanderen. Ondanks ons onvolledig bevoegdheidspakket, zijn de beleidsinspanningen van Vlaanderen indrukwekkend. Toch zijn er nog vrij veel pijnpunten aanwijzen. Bij monde van fractieleider Bart Caron gaf spirit zijn insteek in het kader van de begrotingsbesprekingen.
Eerst over de interculturele samenleving. Er is een moeizame verhouding met de interculturele samenleving: we balanceren tussen openheid en verdraagzaamheid aan de ene kant en aanklampende inburgering, noem het maar assimilatiedwang of -drang aan de andere zijde. De problemen rond de hoofddoek in publieke functies of de commotie over het Offerfeest illustreren die spanning, de verschillende visie op diversiteit. Voor de enen is dat neutraliteit, voor ons is dat het erkennen van verscheidenheid.

In alle inspanningen die Vlaanderen op het terrein doet, schuilt die tweespalt. We investeren stevig in inburgering, opleiding en onderwijskansen. Dat is uitstekend. Vorige week nog reikte het Vlaams Minderhedenforum de eerste tv-prijs uit voor de beste interculturele televisie, nota bene aan Man Bijt Hond.
Interculturaliteit is een verantwoordelijkheid voor elke minister, in elk beleidsdomein, van Wonen tot Cultuur, van Onderwijs tot Bestuurszaken. Ook de Vlaamse administratie is hier geen voorbeeld. Eind 2005 had de Vlaamse overheid 0,4 percent allochtone werknemers, een jaar later was dat 1,1 procent. Dat is geen weergave van de bevolkingssamenstelling. Het streefcijfer is 4 percent tegen 2015. Er is dus nog werk aan de winkel.
Vlaanderen is rijk, zoals blijkt uit vele statistieken. Maar met statistieken moeten we opletten. Er zijn al veel mensen verdronken in water van gemiddeld een halve meter diepte. De mediaan verbergt dat we in Vlaanderen nog steeds te veel armoede kennen. De kloof in de Vlaamse samenleving neemt toe. En daarbij kunnen we bij de Vlaamse Regering onmacht – en ook een beetje onwil – vaststellen om de armoede in Vlaanderen echt te bestrijden. Het blijft vooral bij symbolische daden. Een mooi ogend strategisch plan armoedebestrijding kan dat niet goedmaken, evenmin als de steun aan verenigingen waar armen het woord nemen.

Er is in Vlaanderen nog een ontstellend tekort aan sociale huurwoningen, een stijgend aantal mensen die bij OCMW’s aankloppen voor budgetbegeleiding, schuldbemiddeling of energieproblemen. En we moeten niet rekenen op veel beterschap op korte termijn, nu er een stevige prijsstijging van veel basisproducten volgt.
De Vlaamse Regering zou een tandje mogen bijsteken in het bestrijden van de armoede. We kiezen voor een warme samenleving. Daarom is er het Participatiedecreet van minister Anciaux. Het is een set met aanvullende inspanningen, de creatie van nieuwe praktijken en veel mensen goesting doen krijgen en laten participeren aan de samenleving. Daarom is er een forse investering in kampeermateriaal voor jeugdwerk, daarom zijn er heldere uitdagingen voor het sociaal-cultureel werk. In een warme samenleving zijn er geen wachtlijsten in de zorg. Ik ga het debat niet heropenen, maar we moeten ook niet doen of het probleem is opgelost.

Er zijn wel intenties, ook in de begroting van 2008, om te werken aan meer plaatsen in de gehandicaptenzorg, in de rusthuizen, in de bijzondere jeugdzorg, maar ook in de kinderopvang en de thuiszorg. De betrokken mensen eisen hun rechten op, willen gerespecteerd worden in hun waardigheid en willen een moderne zorg. Daarom zullen enkel financiële inputs, hoe belangrijk ze ook zijn, niet volstaan om de problemen ten gronde op te lossen. We moeten ook investeren in een verbeterde regelgeving en daarover durven discussiëren.
We zijn niet in alle domeinen de beste leerlingen van de Europese klas. Neem bijvoorbeeld ons natuur- en milieubeleid, of onze afvalverwerking. We verschuilen ons liever in de buik van het peloton en kijken de kat uit de boom. Dat is jammer. We zouden ter zake wel wat meer ambitie mogen hebben.

Het begrip ‘internaliseren’ is in milieudebatten gemeengoed geworden, maar nu moet er ook nog iets mee gedaan worden. Waar zijn we eigenlijk mee bezig? Energie privatiseren we, maar voor ons afval moet de overheid zelf blijven zorgen Wij menen al lang dat afvalkosten deel moeten uitmaken van de kostprijs van de producten. Wij noemen dat productenverantwoordelijkheid. Sterk vervuilende producten moeten dus meer kosten. Maar afval moet je gratis kwijt kunnen in vuilniszak of milieupark. We noemen dat internaliseren. In het regeerakkoord van de Vlaamse Regering is het begrip ‘internalisering’ opgenomen. Wij vragen de regering om daar dan ook een beleid rond te voeren.
Op het vlak van mobiliteit zijn er drie belangrijke uitdagingen: de duurzame verplaatsing, veiliger verkeer en een minder vervuilend verkeer. De eerste uitdaging, duurzame verplaatsing, gaat over het afkicken van onze verslaving van de wagen. Dat gaat de goede richting uit. In het Vlaamse Gewest is het aandeel van personenwagens in personenkilometers gedaald en het aandeel van het openbaar vervoer gestegen. In andere EU-landen is het omgekeerde waargenomen: daar is het aandeel van personenwagens gestegen. Dat bewijst dat een kleine regio als Vlaanderen dankzij goed beleid tegen de trend kan ingaan.

Allerlei veiligheidsmaatregelen hebben voor een spectaculaire daling van het aantal ongevallen en doden gezorgd. Maar die tendens stagneert. Op onze autosnelwegen gaat het zelfs opnieuw de verkeerde kant op. Het Verkeersveiligheidsplan van de ministers Van Brempt en Crevits is er niets te vroeg gekomen. We verwachten dat verkeersveiligheid de absolute prioriteit blijft van de twee ministers. We juichen ook de beslissing van de Vlaamse Regering toe om op termijn een kilometerheffing voor vrachtwagens in te voeren naar Duits model. We hopen dat we die als een onomkeerbare stap mogen beschouwen in de richting van een slimme kilometerheffing.

Ik zal het niet uitgebreid over onderwijs hebben, al is dat – geheel terecht -een zware post in de begroting. Uit de conclusies van de recente PISA-onderzoeken is duidelijk gebleken dat de minister van Onderwijs op het goede spoor zit wat betreft zijn veelvuldige initiatieven en accenten met betrekking tot gelijke onderwijskansen. Ik wil toch even beklemtonen hoe belangrijk wij het vinden dat in de onderwijssubsidiëring de lat gelijk is gelegd tussen de onderwijsnetten. Dat is een historisch feit, dat we hartelijk toejuichen.

Tot slot Vlaanderen is bijna schuldenvrij. Zo klinkt de blijde boodschap, en we horen die ook graag. Dit is dan ook hét moment om onze verantwoordelijkheid te nemen inzake ontwikkelingssamenwerking. Op een begroting van 23,5 miljard euro geeft Vlaanderen 24,5 miljoen euro uit aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is 0,11% van de Vlaamse begroting.  Hoewel de economische groei sinds 2000 wereldwijd toeneemt moeten nog steeds 1 miljard mensen het stellen met minder dan 1 euro per dag. Daarom, en nu de Vlaamse overheidsfinanciën meer dan ooit op kruissnelheid komen en de overheidsschuld zo goed als nihil is, moet ook de Vlaamse begroting voor ontwikkelingssamenwerking op kruissnelheid komen. We willen met spirit in 2010 eindelijk de 0,7%.

Maar er dient ook het een en het ander gerelativeerd te worden. De alternatieve financiering van infrastructuur in de zorg, welzijn, sport, enz. legt een aantal langlopende financiële engagementen op. Het toont voor alles aan dat we inderdaad een investeringsregering hebben. Maar we zullen lang moeten blijven betalen voor die alternatieve investeringen Wij steunen de inspanningen, ze zijn immers nodig. Maar al zijn het geen schulden in de letterlijke zin van het woord, ze belasten de begroting in belangrijke mate. Daar moeten we attent voor blijven. We belasten de volgende generatie. Nu leven we in een economische hausse, maar hoe lang blijft die duren? Spirit pleit voor voorzichtigheid.