Archief voor de ‘Nieuwsbrief februari 2008’ Categorie

Wapenexport naar Saoedi-Arabië: minister Ceysens sprak niet de hele waarheid

februari 22, 2008

Vlaams parlementslid Jan Roegiers (spirit) legde minister Ceysens onlangs op de rooster over wapenexport naar het Verenigd Koninkrijk met als eindbestemming Saoedi-Arabië. Volgens Roegiers had zij immers geprobeerd informatie over deze deal achter te houden.

tank.jpg

Op de website van Internationaal Vlaanderen staat in het Rapport met betrekking tot Gegunde Uitvoer (december 2007) een aanzienlijke wapenexportvergunning van meer dan 56 miljoen euro voor voertuigen en onderdelen voor defensie gerelateerde industrie in het Verenigd Koninkrijk.

Volgens de krant De Tijd gaat het om een vergunning voor de firma MOL uit Hooglede die pantsers verkoopt aan het Britse BAE. Maar in werkelijkheid betreft het een bestelling van de Saoedische Nationale Garde. Bovendien houdt minister Ceysens vreemd genoeg vol dat het om onderdelen voor ziekenwagens gaat.  “Dit lijkt mij een controversiële vergunningsbeslissing. Voor Saoedi-Arabië werden in het verleden immers vergunningen geweigerd”, zegt Jan Roegiers.

De vorige bevoegde minster Moerman zag het zo: “De mensenrechtensituatie in Saoedi-Arabië is problematisch. Er vinden openbare executies plaats en vrouwenrechten laten te wensen over. Ook voor wat betreft het criterium interne stabiliteit, scoort het land niet goed. Bovendien zijn er strubbelingen met andere landen”. Ook Amnesty International stelt in haar Jaarverslag 2007 dat er geen enkele zichtbare verbetering is van de mensenrechtensituatie in Saoedi-Arabië.

Zeer vreemd is ook dat in het maandelijks verslag geen gewag wordt gemaakt van de eindbestemmeling. Jan Roegiers: “Dit geeft minstens de indruk dat de minister voor de buitenwereld informatie achterhoudt of gewoonweg niet wist wie de eindbestemmeling was. Wat is het ergste? Een minister die liegt of die blanco wapenvergunningen tekent?”.

In het parlementaire halfrond bleven vele vragen onbeantwoord. “Ik heb meer dan een gevoel dat minister Ceysens niet de hele waarheid spreekt”, zegt Roegiers. Hij heeft alvast een voorstel van decreet klaar om via een verhoogde transparantie in de rapportering dit soort dubieuze wapenleveringen in de toekomst onmogelijk te maken.

Je kan hier de Terzake uitzending met Jan Roegiers over wapenexport naar Saoedi-Arabië bekijken: http://www.deredactie.be/cm/de.redactie/mediatheek/1.242950

 

Jan Roegiers
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
Leuvense weg 86
1011 Brussel
Koolsteeg 20
9000 Gent
gsm 0495 53 20 67
fax 09 330 77 54
jan.roegiers@spirit.be
jan.roegiers@vlaamsparlement.be

De publieke ruimte als bewegingsruimte

februari 22, 2008

Vlaamse kleuters bewegen te weinig, leert een studie van professor Cardon (UGent) en EHSAL. Wat internationaal geweten was, blijkt nu ook voor Vlaanderen te gelden. De grote kleuterklassen maken het inderdaad niet altijd even evident voor de leespeelplaats1.jpgspeelplaats1.jpgrkrachten om bewegingsintensief met de kleutertjes bezig te zijn. Dirk De Cock zoekt kansen in een meer creatieve en bredere aanpak.

speelplaats2.jpg

In Vlaanderen gaat 97 % van onze kleuters naar school. Dit is op wereldvlak gezien een uitzondering. De kleuterschooltjes zijn een speelse omgeving in tegenstelling tot de banken van de lagere school. De studieresultaten dat ook onze kleuters te veel stil zitten, kwam dan als een verrassing. Ongeveer 8 percent beweegt per dag een uur intensief. Ongeveer 25 percent heeft twee uur per dag normale beweging. Dat is veel te weinig.

Dirk De Cock: “Er wordt dan natuurlijk onmiddellijk naar de kleuterschooltjes gekeken. Maar de verantwoordelijkheid ligt bij vele actoren, waaronder bijvoorbeeld de ouder. Ik wil het daarom ook breder bekijken dan het onderwijs. Niet alleen is er de toenemende verleiding van TV, computer, … De kansen op beweging zijn ook afgenomen. Vlaanderen geraakt meer en meer volgebouwd. Waar kinderen vroeger pleintjes en bossen op wandelafstand hadden is dit nu veel minder het geval. Naast de minder beschikbare open ruimte (meer verkavelingen, meer inwoners,…) daalt ook het samenleven in wijken. Buurten worden door veel mensen niet meer buiten op straat of plein beleefd.” 

Het is volgens Dirk De Cock de taak van onze lokale besturen om hier antwoorden op te bieden. Hij pleit voor kindgerichte publieke ruimte. Vorig jaar werd het idee van speelweefsel gelanceerd. Hierbij worden speelkansen geïntegreerd en verweven in de publieke ruimte, wat een aantal stappen verder gaat dan geïsoleerde speelpleintjes. In ruimtelijke zin omvat een speelweefsel een netwerk van formele en speelterreinen en informele speelruimtes, met daartussen verbindingen die veilig en aantrekkelijk zijn voor kinderen.

Kindgerichte ruimte is beleefbaar, bespeelbaar en veilig. Spelen is een essentieel kenmerk van kinderen. In de publieke ruimte kan men deze uitdaging aan door bij het inrichten te kijken naar de beklimbaarheid, beglijdbaarheid, bespringbaarheid, balvriendelijkheid, berijdbaarheid, … Subtiele ingrepen nodigen kinderen uit tot bewegen in de publieke ruimte.  De ideale methode is te werken met een speelweefselplan. Zo een plan komt tot stand door de bestaande ruimtelijke structuur vanuit het oogpunt van kinderen in beeld te brengen die te evalueren en daarna een gewenste structuur uit te tekenen.

Dirk De Cock: “Natuurlijk moeten we ook in het onderwijs iets ondernemen. Maar doordat onze kleuters zo massaal naar school gaan, hebben we grotere klassen. Dit bemoeilijkt het voor de kleuterleiders of -leidsters om de kinderen intensief de laten bewegen. We moeten zoeken naar alternatieve en creatieve oplossingen. Ik denk dat de uitdaging er bestaat de ideeën uit het speelweefselconcept ook te gebruiken in de scholen.”

Sinds twee jaar is de Vlaamse overheid bezig met een inhaalbeweging inzake schoolgebouwen. Het accent ligt hierbij voor het eerst ook veel meer op kwaliteitsvolle architectuur door de betrokkenheid van de Vlaamse Bouwmeester.
De uitgebreide ervaring die de diensten Vlaamse Bouwmeester hebben opgedaan over schoolgebouwen, zou volgens Dirk De Cock moeten worden aangewend om onderzoek te doen naar een nieuw concept van speelplaats. “Het speelweefselconcept reikt ook kleinere ingrepen aan waardoor kinderen worden uitgenodigd door de omgeving tot beweging. Men kan daar alvast veel inspiratie uit opdoen”, aldus nog Dirk De Cock.

Dirk De Cock
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
Leuvenseweg 86
1000 Brussel
tel: 02/552.42.68
Torrestraat 5
9280 Lebbeke
gsm: 0478/45.28.15
 
www.dirkdecock.be
dirk.decock@vlaamsparlement.be

Geen wapens in de school

februari 22, 2008

Naar aanleiding van een steekincident in de buurt van een Antwerpse school stond deze week het bezit van wapens weer in de belangstelling. Spirit klaagt al sinds 2002 het bezit van wapens aan. Wapens in huis dat kan niet. Maar wapens in een school dat kan ook niet voor Vlaams volksvertegenwoordiger Els Van Weert. 

Volgens onderzoek aan de ULB en de KUL neemt 5 tot 13 procent van de leerlingen in het middelbaar onderwijs regelmatig een wapen mee naar de klas. Dat zijn éen of twee wapens per klas. Eén op de twintig jongens zou permanent gewapend rondlopen.

Vorige woensdag ondervroeg Els Van Weert de minister van Onderwijs, Frank Vandenbroucke, om te onderzoeken hoe de directies en leerkrachten hun scholen wapenvrij kunnen houden.

Het probleem is ernstiger dan gedacht. De aangehaalde cijfers zijn onrustwekkend en bovendien is het een fenomeen dat zich lang niet alleen in grootsteden als Antwerpen voordoet. Tijdens recent overleg met de Lierse scholen, een stad zonder grootstedelijke problematiek, hebben een aantal scholen opgemerkt dat ze vooralsnog over onvoldoende instrumenten beschikken om de problematiek van wapenbezit en geweld, waar ook zij mee geconfronteerd worden,  te tackelen. Het gaat hier om instrumenten inzake preventie, sensibilisering, controle en sanctionering.

De minister wees er in zijn antwoord- terecht- op dat de meeste scholen al heel wat inspanningen doen, maar hij beloofde nog meer op zoek te gaan naar bondgenootschappen o.a. met de politie, de welzijnsdiensten en andere spelers, om de scholen voldoende te wapenen om deze problematiek aan te pakken. Hij zal tevens naar buitenlandse voorbeelden kijken. Zo zou de Nederlandse aanpak hem kunnen inspireren.

De volgende weken en maanden zullen we de problematieklvan nabij blijven opvolgen, en voorstellen doen om te vermijden dat we verder evolueren naar een gewapende samenleving. Want het is duidelijk dat de problematiek in de scholen een spiegel is van onze samenleving en dat alleen een algemene en multi-disciplinaire aanpak zoden aan de dijk kan zetten.

Het Vlaams Belang was er bij monde van Filip Dewinter snel bij om naar aanleiding van het Antwerps steekincident een nultolerantie te eisen voor wapens in scholen.
Blijkbaar heeft het Vlaams Belang last van een dubbele moraal want deze partij is al jaren de belangrijkste politieke bondgenoot van de wapenlobby. Voor het Vlaams Belang mag er onder elk hoofdkussen een wapen liggen en heeft iedereen het recht om dat wapen ook te gebruiken.Filip Dewinter stelde het Amerikaans model expliciet als voorbeeld. Weet hij dan niet dat nergens anders ter wereld dan in de Verenigde staten er zoveel slachtoffers vallen van gewapend geweld onder jongeren in en rond scholen. Wie dit soort gewapende samenleving promoot, oogst immers niets anders dan geweld. Dat is het soort wereldbeeld waar spirit zich radicaal zal blijven tegen verzetten.

Els Van Weert
Vlaams volksvertegenwooridger spirit
els.vanweert@spirit.be
www.bloggen.be/lopendezaken

Dorpen meteen na de kustlijn komen in gevaar

februari 22, 2008

schippershuis_sloop21.jpgNaar aanleiding van de gebeurtenissen in Leffinge, waar het Schipperhuis -een historisch café- onder luid protest werd neergehaald, stelde Bart Caron een vraag om uitleg aan de Minister van Ruimtelijke Ordening, Dirk Van Mechelen over de druk op de dorpen meteen na de kustlijn.

De ontwikkeling van de kustgemeenten is een thematiek die al veel aandacht kreeg. De aandacht richtte zich echter vooral op de bebouwing langs de kustlijn, op de erfgoedwaarde die gedurende decennia van geen tel bleek te zijn, op de schippershuis_sloop2.jpgschippershuis_sloop2.jpgduinengebieden, op ecologisch waardevolle gebieden… Die aandacht was en is terecht.

Echter, de problematiek schuift, letterlijk, naar de dorpen die meteen na de kustlijn zijn gelegen. Dorpen als Uitkerke, Nieuwmunster, Vlissegem, Klemskerke, Wilskerke, Leffinge, Lombardsijde, Slijpe, Mannekensvere, Sint-Pieters-Kappelle, Ramskapelle, Wulpen, Booitshoeke, … zijn tot vandaag meestal uit handen gebleven van bouwgrage immobiliënbedrijven en hebben dus hun typisch, rurale karakter, kunnen behouden.

Deze eigenheid komt echter steeds meer onder druk te staan. Nu de kustlijn ‘vol’ is geraakt,werpt Koning Immo begerige blikken naar het hinterland. Dat doen ze omdat ze goed weten dat de aantrekkelijkheid van onze kust niet afneemt, dat er veel welgestelde Belgen zijn die graag een tweede verblijf aan de kust willen kopen, en dat de pensioenmigratie niet afneemt, wel integendeel.

De blokken die er worden neergezet, bevatten meestal weinig of geen appartementen voor gezinnen. Nee, vooral studio’s en appartementen met één slaapkamer zijn voorzien. Die zijn dan ook bedoeld als tweede verblijf of voor pensioenmigranten.

Naast de schade die aangericht wordt aan de leefgemeenschap en aan de eigenheid van de dorpen, hebben deze projecten een pervers effect op de grond- en pandenprijs, die pijlsnel de hoogte in gaat.  En dat zal op haar beurt de cohesie in de dorpen niet bevorderen. Immers, nogal wat dorpsbewoners zien plots het manna aan de hemel verschijnen en hopen dat het over hen zal neerdalen.

Bovendien heerst er nog een gevaar. Heel wat gemeentebestuurders zijn in sterke mate gelinkt met de immobiliënsector. In de meeste gevallen wordt dat goed gecamoufleerd.  De bestuurders zorgen er wel voor dat ze hun partner of andere familieleden de officiële functies opnemen, dat ze niet zelf als promotor optreden, maar je moet stekeblind zijn om dat niet te doorzien. De rol van de gemeentebesturen is niet te onderschatten: zij zijn verantwoordelijk voor het opmaken van de ruimtelijke uitvoeringsplannen, de slopings- en bouwvergunningen enz. Ze hebben de sleutels helemaal in handen.

Echter we kunnen vaststellen dat een visie op de ontwikkeling van de dorpen die onmiddellijk achter de kustlijn zijn gelegen, ontbreek. Bij de minister die verantwoordelijk is voor de Ruimtelijke Ordening ligt hier een grote verantwoordelijkheid. De huidige plantechnologie voorziet geen geïntegreerde ‘thematische’ aanpak. Met thematische wordt bedoeld dat het gaat over een geheel van problemen die met elkaar samenhangen en ook een samenhangend beleid vereisen. We hebben immers nood aan een globale visieontwikkeling over de verhouding tussen wonen en tweede verblijven, over de open ruimte, over architecturale kwaliteit en evenwicht tussen bouwvolumes, over monumentaal erfgoed.  We moeten niet uitkomen in een beleid dat de stolp over deze dorpen zet, maar een leefbare en kwalitatieve ontwikkeling mogelijk maakt.

Daarom zal aan de Vlaamse Regering gevraagd worden om de colleges van burgemeester en schepenen te sensibiliseren rond deze problematiek en om proefprojecten met ankerplaatsen op te starten die waardevolle gebouwen inventariseert en daarbij ook rekening houdt met de omgeving.

schippershuis_sloop21.jpg

Bart Caron
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
0477/49.58.10
bart.caron@vlaamsparlement.be
www.bartcaron.be

Proefproject met supertrucks op de E313 is onverantwoord

februari 22, 2008

“Ofwel legt de Vlaamse regering een voorstel op tafel dat voldoet aan alle eisen inzake verkeersveiligheid, ofwel trekken we een streep onder dit verhaal.” Dat zei Joris Vandenbroucke (spirit) vandaag in het Vlaams Parlement naar aanleiding van het onderzoeksrapport van het Steunpunt Verkeersveiligheid over een eerste evaluatie van voorgestelde routes voor de inzet van langere en zwaardere vrachtwagens (LZV), alias de supertrucks.

In theorie kunnen supertrucks een bijdrage leveren aan een duurzame uitbouw van onze logistieke sector. Twee supertrucks vervangen immers drie klassieke vrachtwagens. Eenzelfde vracht kan vervoerd worden door minder kilometers af te leggen met een daling van de uitstoot tot gevolg. Spirit diende daarom samen met de andere meerderheidspartijen een resolutie in met de vraag om een proefproject op te starten met het oog op de inzet van supertrucks. Joris Vandenbroucke : “We hebben daar twee voorwaarden aan gekoppeld. Proefprojecten kunnen enkel op vooraf vastgelegde trajecten die voldoen aan de strengste eisen op het vlak van verkeersveiligheid en er mag niet geraakt worden aan het marktaandeel van het spoor en de binnenvaart. Dat zou de eventuele milieuwinst teniet doen.”

De Vlaamse regering selecteerde 3 mogelijke proeftrajecten, telkens met Volvo Cars Gent als vertrekpunt, met name naar de haven van Zeebrugge (route 1), naar Beringen (route 2) en naar Dilsen (route 3). Het Steunpunt Verkeersveiligheid heeft uit internationale ervaringen met supertrucks een lijst van 47 randvoorwaarden m.b.t. de verkeersveiligheid opgesteld, waarvan er 27 als minimumeis gelden. Een “eerste ruwe evaluatie”, waarbij belangrijke infrastructurele minimumeisen zoals de draagkracht van bruggen, niet in ogenschouw werden genomen, heeft uitgewezen dat route 1 en route 3 belangrijke veiligheidsrisico’s met zich meedragen. Route 1 loopt door dichtbebouwd gebied en route 3 over het niet geschikte klaverblad van Lummen. Na bijkomend onderzoek zou volgens de auteurs enkel route 2 naar Beringen aan alle minimumeisen kunnen voldoen.

Joris Vandenbroucke : “Men beseft toch wel dat de route naar Beringen over de E313 loopt? Dat is de autosnelweg die de jongste maanden niet uit het nieuws was weg te branden door de spectaculaire stijging van het aantal ongevallen. Het lijkt me totaal onverantwoord om daar supertrucks in te zetten. Ik wijs er ook op dat de overheid volop investeert in de aanpassing van het Albertkanaal zodat de E313 kan ontlast worden van bepaalde vrachttrafieken. Door de inzet van supertrucks op deze weg beconcurreren we de binnenvaart en dat kan niet de bedoeling zijn.”

Vandenbroucke pleitte er in het parlement voor om te zoeken naar routes die aan àlle minimumeisen inzake verkeersveiligheid voldoen. “Als aan deze voorwaarde niet kan voldaan worden, heeft een proefproject geen zin”, besluit Joris Vandenbroucke.

Joris Vandenbroucke
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
0475/98 14 58
joris.vandenbroucke@vlaamsparlement.be
www.jorisvandenbroucke.be

Meer dan een storm in een glas regenwater

februari 22, 2008

Jos Bex, Vlaams volksvertegenwoordiger en daarnaast Schepen van Leefmilieu in Herent, vertelt dat hij de volgende 20 jaar massaal zal investeren in afkoppeling, hergebruik en infiltratie van regenwater. Alle nodige werken om het regenwater van het afvalwater te scheiden zullen op kosten van de gemeente uitgevoerd worden.

Gemiddeld gaat het hier om investeringen van circa 5000  € per huis. Een ontkoppelingadviseur geeft raad en volgt de werken op. Tegelijk worden de subsidies voor de aanleg van regenwaterput, pomp en infiltratieput opgetrokken tot 90 % van het gefactureerde bedrag geplafonneerd tot 0,15 €/l inhoud van de regenwaterput. Herent voorziet gedurende 20 jaar 1.800.000 €/jaar voor investeringen in waterwerken.

Water wordt hét thema van de volgende jaren. Volgens prognoses komt er 0,5 % meer neerslag per jaar ingevolge de opwarming van de aarde. De buien zullen evenwel krachtiger, kortstondig en lokaal zijn, zodat plaatselijk de neerslagtoename 2% tot zelfs 5 % kan bedragen. Dijkverstevigingen zullen geen soelaas brengen om het water dat achter de dijken valt op te vangen. Buffering wordt dus de aangewezen methode om overstromingen tegen te gaan.

Werken aan riolen zijn weinig sexy. Eenmaal de werken afgerond zijn, gaat de sleuf dicht en zijn de inspanningen vergeten. Het is aan de spirit mandatarissen om in de gemeenteraden te zorgen dat de ingrepen in de waterhuishouding meer zullen zijn, dan een storm in een glas regenwater.

Wie belang stelt in de genomen raadsbesluiten, de PowerPoint presentaties voor de betrokken inwoners kan digitaal op zijn wenken bediend worden: Jos.bex@skynet.be

Jos Bex
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
Kastanjebosstraat 8
3020 Veltem-Beisem
0477/69.27.67

Bert Anciaux haalt de banden met Nederland aan

februari 22, 2008

Vlaanderen en Nederland delen een groot gedeelte van hun geschiedenis en ook op het gebied van taal en cultuur is de verwantschap duidelijk. Vlaamse politici erkennen dan ook al jaren het belang van de samenwerking met Nederland. Minister Bert Anciaux is één van hen. Ook steeds meer Nederlandse bewindslieden worden zich bewust van de positieve aspecten van nauwere banden en een intensere samenwerking.

We beschikken al over een aantal Nederlands-Vlaamse gerenommeerde instituten en initiatieven. De Nederlandse Taalunie vormt daarvan wellicht het meest bekende .
De Taalunie draagt bij tot een gemeenschappelijk beleid op het vlak van taal, taalonderwijs en cultuur en bestaat niet alleen uit Nederland en Vlaanderen, maar ook uit Suriname. Bert Anciaux neemt sinds 1 januari 2008 het voorzitterschap waar.

Daarnaast is het tijdschrift Ons Erfdeel samen met Septentrion en The Low Countries een gevestigde waarde. We kunnen alleen maar blij zijn met aandacht over ons taalgebied in het buitenland. Met 22 miljoen sprekers alleen al in de Lage Landen worden we op wereldniveau als een middelgrote taal beschouwd (op 4500 à 6000 talen!) en er is bijgevolg geen reden om onszelf als kleine of onbelangrijke speler te zien.

Verder kennen we het cultuurhuis De Brakke Grond in Amsterdam als het Mekka van Vlaanderen in Nederland. De programmaties, publicaties en debatten getuigen van een optimale samenwerking. In 2004 kreeg ook Brussel haar Vlaams-Nederlands huis met als veelzeggende titel deBuren. Voor Bert Anciaux betekent dit pand in het hart van de hoofdstad ontzettend veel en hij engageert zich voor een optimale invulling ervan. Momenteel neemt deBuren al een belangrijke functie op zich, meer bepaald als ankerpunt voor de Vlamingen in Brussel. Na de uitbreidingswerken zal het centrum samen met de Brakke Grond uitgroeien tot de cultuurtempel van de Lage Landen.

Al deze samenwerkingsverbanden tussen de Nederlandstalige regio’s boven en onder de Moerdijk krijgen de uitdrukkelijke steun van minister Anciaux. Voor al deze inspanningen ontving hij op 15 januari de Nederlandse koninklijke onderscheiding Ridder Grootkruis in de orde van Oranje-Nassau. Frans Timmersmans, de Nederlandse minister van Europese Zaken, reikte hem die uit.

Kabinet Vlaams minister  Bert Anciaux
Arenbergstraat 7
1000 BRUSSEL
Tel.02/552.69.00
Fax.02/552.69.01