Archief voor de ‘Nieuwsbrief april 2008’ Categorie

Parabel van de rozenstruik

april 18, 2008

Recent was er weer een gewelddadig incident op een bus van De Lijn in Antwerpen. Tijdens het debat in het parlement vertelde Bart Caron volgende parabel:

Het ‘gewelddadig gedrag’ van jongeren leert ons iets over de samenleving waar we in leven . Ze zijn de rozenstruiken van de samenleving. Ik gebruik dat beeld om de relatie tussen de samenleving en kwetsbare jongeren duidelijk te maken.

In het zuiden van Frankrijk plant een verstandige wijnbouwer rozenstruiken tussen zijn druivenranken. Hij doet dit omdat rozenstruiken kwetsbare planten zijn die op voorhand mogelijke ziektes in de wijngaard aangeven. De wijnbouwer kijkt elke dag naar zijn rozen. Niet alleen naar de mooie bloemen maar vooral om na te gaan of zijn rozen geen sporen van ziektes vertonen. Als dit zo is, grijpt hij onmiddellijk in en behandelt zijn wijngaard preventief tegen de op komst zijnde ziektes.

De jongeren waar we het over hebben zijn de rozenstruiken van onze samenleving. Het zijn mooie maar kwetsbare bloemen die aangeven wat er misloopt met onze samenleving. Wat geven ze aan? Thuisloosheid, ontwrichting, wereldloosheid…. 95% van hen signaleert dat ze zich niet meer verbonden voelen met de samenleving, ze voelen zich verlaten in een drukke, en steeds anoniemer wordende context waarin ze leven. Ze hebben niet het gevoeld deel te zijn van een gemeenschappelijk project, mee te bouwen aan een wereld die een thuis biedt. Steeds meer mensen – niet alleen jongeren – hebben deze ervaring.

Hannah Arendt, een joodse politiek filosofe spreekt van “een toename van wereldloosheid, een verdampen van het in-between, de sociale woestijn”. Volgens de onlangs in Leuven gelauwerde prof. John Braithwaite, een eminente criminoloog, is de anonieme en van persoonlijke relaties ontdane samenleving dé voedingsbodem voor geweldpleging en normoverschrijding.

Als we de evolutie naar meer geweldpleging ten gronde willen aanpakken moeten we het daar over hebben. Het gaat dus om samenlevingsopbouw, in de brede zin van het woord, naast de directe aanpak van jeugdcriminaliteit. Dat betekent o.a. de jongeren betrekken bij de opbouw van onze samenleving via allerlei projecten, het stimuleren van oplossen van conflicten, normoverschrijding via familieconferenties aanpakken enz.

Daarnaast is een snelle en duidelijke reactie op normoverschrijding belangrijk. Maar, waarde minister van welzijn, jeugdconsulenten en rechters zitten met hun handen in het haar, telkens als jongere met een probleem ‘binnenkomt’ mogen ze aan een uitzichtloze zoektocht naar een opvangplaats beginnen. Een opvangplaats in een instelling of een intense ambulante begeleiding. Het kan toch niet dat het soms meer dan een jaar duurt voor er iets gebeurt met de jongere. Tijd genoeg om van kleine feiten naar ernstige misdrijven te evolueren. Het Globaal Plan moet nog sneller worden geïmplementeerd, en worden uitgebreid. Er is haast bij, ja. Too little, too late, mijnheer Vanackere, Wij kunnen niet anders dan naar u kijken, het is uw verantwoordelijkheid.

Ik wil een consequente, én ondersteunende aanpak. Vandaar dat we, daarnaast, kunnen leven met een minimum en zeer beperkt aan plaatsen voor jeugddetentie. Niet zoals in Nederland waar meer dan 2000 plaatsen jeugddetentie voorzien zijn. Daar is de jeugdcriminaliteit er niet minder op geworden. Maar laat er geen twijfel over bestaan: er is een kleine groep criminele jongeren met een haast uitzichtloos perspectief. Voor die groep is er weinig of geen alternatief.

Heel veel werkers op het terrein ervaren hoe constructief het is om de mensen te betrekken bij het zoeken naar oplossingen voor conflicten en normoverschrijding. Dat is hoopgevend. En we moeten snel kunnen interveniëren. Daar moeten we op inzetten.

En daarnaast, we moeten de woestijn aanpakken waarin we leven. Helaas, de rozenstruiken zien er niet goed uit. Er staat schimmel op. Laat ons de planten verzorgen, anders komen er geen beloftevolle wijnjaren aan.

Meer info: Bart Caron, 0477/49.58.10 bart.caron@vlaamsparlement.be

Wie wil er nog een telefoongids?

april 18, 2008

Elk jaar legt de firma Truvo – het voormalige Promedia – 4,5 miljoen telefoongidsen op onze stoep. Meer en meer mensen leggen deze kilo’s papier een week later bij het oud papier.
Ik vroeg mij in oktober op mijn blog af waarom we dit blijven aanvaarden.
Met een simpele rekensom toonde ik aan dat als alleen de echte gebruikers nog een telefoongids ontvangen we duizenden tonnen CO2 en massa’s papier besparen.

Ondertussen is een deel van mijn blogtekst op het internet een eigen leven gaan leiden. Op tientallen sites is de CO2 berekening en de conclusie om je zelf uit te schrijven bij Truvo overgenomen. Sommigen spreken zelfs van “ de milieutip van het jaar”.
De reden van deze brede verspreiding is blijkbaar te danken aan de opname van de tekst in een aantal (milieu)nieuwsbrieven. Ook enkele gemeentelijke websites namen de tip over weliswaar zonder bronvermelding.

In het kader van een beleid van afvalpreventie vind ik het wel bijzonder vreemd dat er noch federaal noch op Vlaams niveau stappen werden ondernomen om de massale verspreiding van telefoongidsen te verminderen.

In een antwoord op mijn recente schriftelijke vraag stelt minister van milieu Crevits dat ze nog geen overleg heeft gehad met de federale overheid, die wettelijk oplegt dat iedereen een witte gids ontvangt. Ze nam ook nog geen contact met de firma Truvo. Ze wacht op de definitieve goedkeuring van de milieubeleidsovereenkomst reclamedrukwerk en het bijhorende afvalpreventieplan om op dit vlak actie te ondernemen met de betrokken organisaties.

Een eerste lezing van deze milieubeleidsovereenkomst leert mij dat het engagement van de sector qua telefoongidsen niet verder gaat dan het gratis ter beschikking stellen van de telefoongidsgegevens op het internet en het betalen van een niet zo grote afkoopsom per geproduceerde ton papier.

De minister antwoordde ook dat er nog in november 2007 een STIP bericht verspreid werd dat de aandacht vestigde op de mogelijkheid om via www.1207.be te laten registreren of een klant nog een papieren telefoonboek wenste te ontvangen of niet.
Wat de minister er niet bij vertelde en waarschijnlijk ook niet weet is dat de ook tekst die OVAM er voor gebruikte bijna letterlijk werd overgenomen van mijn blog….weliswaar ook weer zonder bronvermelding.
Ik heb er niets op tegen dat mijn teksten worden overgenomen maar als beleidsmaatregel is dat toch minimalistisch.
Van minister Crevits die instaat voor afvalpreventie verwacht ik op zijn minst  toch enkele concrete stappen richting Truvo om het systeem helemaal om te draaien. Het tegen een kleine prijs afkopen van de mogelijkheid om gidsen massaal te verspreiden is niet genoeg.Echte afvalpreventie gaat veel verder dan dat.
Alleen wie nog echt nood heeft aan een papieren versie van de telefoongidsen zou er nog één geleverd moeten krijgen. Als alleen al de internetgebruikers hun 2,5 kg telefoongidsen niet meer automatisch ontvangen worden de doelstellingen van Crevits , zijnde 8 % reductie van het reclamedrukwerk tegen einde 2008 en 16 % tegen einde 2010 al een stuk eenvoudiger om te halen.
Dus waar wacht de minister nog op ?
Ik zal de volgende weken bij de minister aandringen op een meer actieve houding.

Els Van Weert
Vlaams volksvertegenwooridger spirit
els.vanweert@spirit.be
www.bloggen.be/lopendezaken

Meer groene wagens op de weg

april 18, 2008

Vlaams volksvertegenwoordiger Joris Vandenbroucke wil een drastische verlaging van het aantal té milieubelastende wagens op onze wegen. Hij diende een resolutie in om de consument via een grondige hervorming van de Belasting op Inverkeerstelling (BIV) aan te zetten tot duurzamer aankoopgedrag en om de bedrijfs- en overheidsvloot versneld te vergroenen.

De negatieve impact van het toenemende wegverkeer op het milieu is bekend. Het verkeer stoot 24% meer CO2 uit dan in 1990 en is goed voor een vierde van de totale uitstoot van CO2 in ons land. De doelstelling om de uitstoot tegen 2010 te stabiliseren op het niveau van 1990 lijkt onhaalbaar. Daarnaast wees het recentste Milieurapport Vlaanderen van de Vlaamse Milieumaatschappij ook op de smogproblematiek en de toenemende geluidshinder die het wegverkeer met zich mee brengt.

Hoewel de negatieve impact van het vervoer op het milieu onrustwekkend is, blijkt er vooralsnog weinig interesse voor duurzamere wagens. In 2007 werden op een half miljoen verkochte stuks slechts 17.000 wagens verkocht die minder dan 115 gram CO2 per kilometer uitstoten. Het marktaandeel van dat segment is ten opzichte van 2005 zelfs gezakt van 5,2 percent naar 4,15 percent. Nochtans kan de koper een fiscaal voordeel tot 4270 euro bekomen.

En de overheid zélf? Die geeft jammer genoeg nog niet het goede voorbeeld. Hoewel minister van Bestuurszaken Bourgeois, minister van Mobiliteit Van Brempt en toenmalig minister van Leefmilieu Peeters op 26 januari 2007 met veel tromgeroffel het ambitieuze “actieplan in het voertuigenpark” aankondigden, stelde Joris Vandenboucke vast dat de milieuprestaties van het ministeriële wagenpark totnogtoe ontoereikend blijven. Ook voor hen mag de lat dus een stuk hoger.

In de resolutie vraagt Vandenbroucke een spoedige hervorming van de Belasting op Inverkeerstelling (BIV). Door die BIV aan de milieukenmerken van het aangekochte voertuig te koppelen, krijgt de consument een sterk signaal om over te gaan tot een milieurationele aankoop. Daarnaast richt de resolutie zich ook op het wagenpark van overheid en bedrijfswereld. Bijna de helft van de nieuw ingeschreven wagens in Vlaanderen zijn bedrijfs- en dienstwagens.

Joris Vandenbroucke
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
0475/98 14 58
joris.vandenbroucke@vlaamsparlement.be
www.jorisvandenbroucke.be

Bert Anciaux zet zijn schouders onder “Leren en Werken”

april 18, 2008

Het systeem van leerplicht tot en met de leeftijd van 18 jaar is stilaan aan evaluatie toe. Leerplicht heeft zeker zijn voordelen, maar voor een aanzienlijk deel van onze jongeren heeft het voltijds op de schoolbanken zitten weinig zin.
Er zijn immers veel kinderen schoolmoe, voor wie een voltijdse leerplicht ontmoedigend werkt.

Recent keurde de ministerraad in eerste lezing een ontwerpdecreet goed tot vernieuwing van een stelsel van ‘leren en werken’. Het nieuwe ontwerpdecreet wil een modernere en efficiëntere invulling geven aan die systemen, waarbij de gekende actoren centra voor deeltijds onderwijs en Syntra betrokken zijn. Minder bekend is dat er ook een derde speler zeer intensief betrokken is, namelijk de centra voor deeltijdse vorming. Deze centra waren voorheen actoren binnen het cultuurbeleid maar zijn nu geïntegreerd binnen het onderwijsbeleid.

De inbreng van minister Anciaux en van Spirit in het voortraject van dit ontwerp is niet gering. De centra voor deeltijdse vorming werden in de eerste fase immers stiefmoederlijk behandeld zonder erkenning van hun specifieke situatie vanuit de sociaal-culturele hoek. Deze benadering is door ons toedoen volledig omgebogen. De volgende jaren krijgen de centra voor deeltijdse vorming meer rechtszekerheid en ze hebben ook een sterkere stem bij het bepalen of een scholier voldoende arbeidsrijp is en ook bij het invullen van de verdere trajecten blijven ze belangrijk. We blijven erover waken dat deze verworvenheden voor de centra voor deeltijdse vorming niet teniet worden gedaan!

Om leerlingen te motiveren, moeten we eerst naar hun verzuchtingen luisteren. Wat voor de ene het summum lijkt, is voor de andere de hel. We proberen daarom een individuele benadering voorop te stellen om het dromen van een toekomst voor deze scholieren mogelijk te maken. De drie bovenvermelde actoren zullen daarin een belangrijke rol spelen. Voor iemand die bijvoorbeeld absoluut niet arbeidsrijp is, zal men vooral werken met persoonlijke ontwikkelingstrajecten. Voor de meer arbeidsrijpe scholieren wil men samenwerkingsverband met de bedrijfswereld opzetten. Voor- en brugtrajecten bieden leerlingen een goede voorbereiding voor de arbeidsmarkt – en betere kansen! – maar ook voor de werkgevers betekent het een meerwaarde.

Als minister van Jeugd stelt Bert Anciaux het welzijn van kinderen en jongeren voorop en net daarom wil hij meehelpen om een zo goed mogelijk systeem uit te werken met aandacht voor de leefwereld en de belangen van de jeugd. Wie zich op jonge leeftijd immers niet goed in zijn vel voelt, ondervindt later misschien dezelfde problemen. Dat wil hij te allen koste vermijden!

Onduidelijkheid over Vlaamse deelname aan Wereldexpo Sjanghai?

april 17, 2008

In september besliste de Vlaamse Regering “af te zien van een structurele deelname aan de wereldtentoonstelling in Sjanghai in 2010 en derhalve geen structurele bijdrage aan de financiering van dit project te voorzien”. Uit de bespreking in de commissie buitenlandse aangelegenheden – waar Patricia Ceysens door Jan Roegiers (spirit) werd ondervraagd – bleek dat ze deze beslissing aan haar laars lapt. Flanders Investment and Trade – het agentschap ván de Vlaamse Regering dat het internationaal ondernemerschap van Vlaamse bedrijven moet bevorderen – zal wél deelnemen, evenwel zonder een beslissing van de Raad van Bestuur.

Oorspronkelijk stelde de minister-president aan de Vlaamse Regering voor “af te zien van een structurele deelname aan de wereldtentoonstelling in Sjanghai in 2010 en derhalve geen structurele bijdrage aan de financiering van dit project te voorzien. Dit sluit niet uit dat Vlaamse agentschappen, ondernemingen, steden en gemeenten enz. op eigen initiatief en op ad hoc basis kunnen participeren aan de wereldtentoonstelling”. Uiteindelijk besliste de Vlaamse Regering de laatste zin (“Dit sluit niet uit dat Vlaamse agentschappen, ondernemingen, steden en gemeenten enz. op eigen initiatief en op ad hoc basis kunnen participeren aan de wereldtentoonstelling”) te schrappen. Voor Roegiers is het duidelijk dat de Vlaamse regering élke deelname, waarbij ze structureel betrokken is, hiermee wilde uitsluiten. Ceysens deelde de commissie evenwel mee dat het Agentschap Flanders Investment and Trade (FIT) wél zal deelnemen aan deze Expo. Uit navraag bij het FIT blijkt echter dat de Raad van Bestuur géén beslissing in die zin heeft genomen.

Op de herhaalde vraag van Jan Roegiers wie dan wél de beslissing had genomen weigerde minister Ceysens te antwoorden. Jan Roegiers: “Uit het non-antwoord van de minister kan maar één conclusie worden getrokken: de minister zélf heeft deze deelname beslist. En dat staat haaks op de regeringsbeslissing. Ceysens moet dus naar de regering om haar démarche te motiveren. Anders lapt ze een genomen beslissing gewoon aan haar laars.”

Jan Roegiers
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
Leuvense weg 86
1011 Brussel
Koolsteeg 20
9000 Gent
gsm 0495 53 20 67
fax 09 330 77 54
jan.roegiers@spirit.be
jan.roegiers@vlaamsparlement.be

Gisteren in Liedekerke, morgen ergens anders?

april 17, 2008

In Liedekerke werd een reglement goedgekeurd waardoor de hoofdmonitor kinderen kan weigeren die geen Nederlands spreken of begrijpen. Er ontstond heel wat commotie over deze maatregel. Vooral minister Keulen (open VLD) schoot onmiddellijk in actie om dit ongedaan te maken. Dirk De Cock vindt de verontwaardiging van de minister echter selectief. Volgens hem heeft het gemeentebestuur van Liedekerke juist de mosterd gehaald bij het beleid van de minister.

Minister Keulen vroeg het omstreden reglement op om de wettelijkheid te controleren. Dit is echter uitzonderlijk. Normaal staat minister Keulen niet te springen om zelf het initiatief te nemen om in te grijpen op de gemeentelijke autonomie. Volgende uitspraak verklaart echter veel:”Principieel kan je geen anderstalige kinderen op gemeentelijke speelpleinwerkingen weigeren”, reageert Keulen, “Dat moet een duidelijk signaal naar Vlaanderen en de wereld zijn”. Vooral het op het eerste zicht onschuldige toevoegsel “en de wereld” is in deze meer dan belangrijk. De minister en Vlaanderen werden immers enkele weken geleden hard aangepakt in een VN-rapport. De taalvereiste die Vlaanderen oplegt voor het huren van een sociale woning werd als discriminerend bestempeld. De minister wilde duidelijk verder bezoedeling van het imago van Vlaanderen in internationale kringen vermijden.

Die wooncode is duidelijk de inspiratiebron geweest voor Liedekerke. Waarnemend burgemeester Dorette Heymans (CD&V) beargumenteerde de gemeentelijke beslissing als een element van veiligheid.“Twintig van de 120 kinderen konden daardoor simpele instructies van de begeleiders niet verstaan. Dat zorgt voor problemen en kan zelfs gevaarlijk zijn.” De gelijkenis met wederkerende anekdote van minister Keulen is treffend: “In die blokken zitten tientallen nationaliteiten samen en er worden tientallen talen gesproken. Niemand verstaat of spreekt er een woord Nederlands. Zij komen in een isolement terecht. Bovendien zouden die mensen bij brand of een andere ramp de noodroepen niet eens begrijpen.”

De maatregel in de Vlaamse Wooncode heeft de doos van Pandora geopend. Want wat volgt er nog?  Je kan dergelijke verbinding morgen ook maken op tal van andere domeinen zoals gezondheidszorg, kinderopvang enz., nl. als je geen Nederlands wil leren heb je geen recht op x, y of z.  Dirk De Cock volgt natuurlijk de minister dat het goed is dat bewoners van sociale flatgebouwen elkaar kunnen verstaan. Maar dat geldt ook voor het oudercontact op school, de consultatie bij de dokter, de aankoop van producten …

Nogmaals: Laat ons duidelijk zijn, ook wij van spirit zijn voor verplichte lessen Nederlands voor nieuw- en oudkomers, je moet immers de taal leren van de plaats waar je gaat wonen. Hierover willen we geen mist spuien. Maar hiervoor is er echter een nieuw inburgeringsbeleid uitgestippeld. Het succes hiervan is groot. Er worden dit jaar tweemaal zoveel inburgeraars. Zelfs de niet-verplichte inburgeraars vinden goed de weg naar de inburgeringstrajecten. Dirk De Cock vindt dat we onze aandacht hier op moeten concentreren en het beleid blijven evalueren en bijsturen. Hij heeft er geen probleem mee dat we mensen ‘aanklampend ‘ verplichten onze taal te leren, maar koppel dat niet aan universele rechten zoals wonen, spelen, …

Minister Keulen weigert op dit argument in te gaan. Zijn reactie beperkte zich tot het stellen dat spirit mee de Vlaamse Wooncode heeft goedgekeurd. Dat klopt. Maar hij weet ook dat spirit van in het begin maar een koele minnaar was van de taalclausule in de Vlaamse Wooncode. En anders moet hij er het commissieverslag maar eens op nalezen. En neem deze vergelijking eens in overweging: Stel dat een weg wordt vernieuwd om de verkeersveiligheid te verhogen. Na een tijdje blijkt echter dat het aantal ongevallen stijgt. Zal men dan ook zeggen: we hebben de plannen wel mee gestemd, nu daar op terugkomen is onzin?

Dirk De Cock
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
Leuvenseweg 86
1000 Brussel
tel: 02/552.42.68

Torrestraat 5
9280 Lebbeke
gsm: 0478/45.28.15
 
www.dirkdecock.be
dirk.decock@vlaamsparlement.be