Sinds 2004 werd 6 miljoen euro geïnvesteerd in projecten die het versnipperen van leefgebieden door transportinfrastructuur moeten milderen. Belangrijkste projecten zijn de ontsnippering van het Meerdaalwoud en Heverleebos in Vlaams-Brabant, van het duinenmassief “D’Heye” in West-Vlaanderen en van de Mechelse heide langs de E314 in Limburg. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister voor Leefmilieu en Openbare Werken Hilde Crevits op een schriftelijke vraag van Vlaams Volksvertegenwoordiger Joris Vandenbroucke (VlaamsProgressieven).
Het dichte wegennet in Vlaanderen doorkruist op talloze plaatsen natuur- en habitatgebieden en vormt daardoor soms een onoverbrugbare barrière voor de migratie en verspreiding van bepaalde diersoorten. Om hieraan te verhelpen en om verder biotoopverlies in te perken, worden sinds enkele jaren “ontsnipperingsprojecten” uitgevoerd in de vorm van ecoducten, ecovalleien, ecorasters, kokers, dassenrasters, amfibietunnels… Deze projecten hebben steeds een tweeledige doelstelling doordat zowel het herstel van een ecologische verbinding als het verhogen van de verkeersveiligheid beoogd wordt. Veilige oversteekplaatsen voor diersoorten verlagen immers de kans op aanrijdingen en ongevallen.
De projecten worden uitgevoerd op basis van de prioriteitenatlas voor ontsnipperingsmaatregelen die werd opgemaakt in 2001. Daarin wordt ondermeer rekening gehouden met de aanwezigheid van zogenaamde ‘rode lijstsoorten’ – diersoorten met zeer specifieke habitateisen – , de kwetsbaarheid van een biotoop en het barrière-effect van de infrastructuur die er doorheen snijdt. De gegevens waarop de prioriteitenatlas steunt, zijn inmiddels 8 jaar oud, maar er werden nog geen initiatieven genomen om ze te actualiseren.
Deze legislatuur werd tot op heden voor 6.043.593,7 euro geïnvesteerd in ontsnipperingsprojecten. Van dat bedrag ging 3.846.446 euro naar Vlaams-Brabant, 1.290.737 euro naar West-Vlaanderen en 906.410,62 euro naar Limburg.
Meer dan de helft van het globaal geïnvesteerde budget werd uitgegeven voor projecten langs de N25 die in Vlaams-Brabant het Meerdaalwoud en het Heverleebos doorkruist. Twee andere grote projecten, met name het aaneensluiten van het duinenmassief “D’Heye” in Bredene en De Haan en de bouw van het ecoduct “Kikbeek” over de E314 tussen Genk en Maasmechelen waren goed voor respectievelijk 1,3 miljoen euro en 600 000 euro. Van lopende projecten zoals de landschappelijke inpassing van de hogesnelheidslijn Antwerpen-Amsterdam en de aanpak van ontsnipperingsproblemen langs de Kempense kanalen, is de kostprijs nog niet bekend.
Tot en met 2010 wordt nog voor 2,8 miljoen euro aan ontsnipperingsprojecten gepland, waarvan 2,6 miljoen voor projecten in het Meerdaalwoud en Heverleebos. Daarnaast zijn er nog projecten in “voorstudiefase” waar nog geen kostprijs op kan geplakt worden.
De investeringen worden hoofdzakelijk gedragen door de afdeling Milieu-integratie en Subsidiëringen (AMIS), het Agentschap Natuur en Bos (ANB) en het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). Via samenwerkingsovereenkomsten kunnen ook lokale besturen subsidies aanvragen voor de aanleg van natuurtechnische infrastructuur langs wegen en waterlopen.
Joris Vandenbroucke : “Helaas kunnen deze projecten blijkbaar geen halt toeroepen aan de verdere versnippering van de open ruimte. Er is nood aan meer middelen, meer projecten en een actualisering van de prioriteitenatlas.”. Vandenbroucke gaat minister van Openbare Werken en Leefmilieu Hilde Crevits ondervragen hierover.
Joris VandenbrouckeVlaams volksvertegenwoordiger VlaamsProgressieven
0475/98 14 58 joris.vandenbroucke@vlaamsparlement.be
www.jorisvandenbroucke.be