Dorpen meteen na de kustlijn komen in gevaar

By vlprofractie

schippershuis_sloop21.jpgNaar aanleiding van de gebeurtenissen in Leffinge, waar het Schipperhuis -een historisch café- onder luid protest werd neergehaald, stelde Bart Caron een vraag om uitleg aan de Minister van Ruimtelijke Ordening, Dirk Van Mechelen over de druk op de dorpen meteen na de kustlijn.

De ontwikkeling van de kustgemeenten is een thematiek die al veel aandacht kreeg. De aandacht richtte zich echter vooral op de bebouwing langs de kustlijn, op de erfgoedwaarde die gedurende decennia van geen tel bleek te zijn, op de schippershuis_sloop2.jpgschippershuis_sloop2.jpgduinengebieden, op ecologisch waardevolle gebieden… Die aandacht was en is terecht.

Echter, de problematiek schuift, letterlijk, naar de dorpen die meteen na de kustlijn zijn gelegen. Dorpen als Uitkerke, Nieuwmunster, Vlissegem, Klemskerke, Wilskerke, Leffinge, Lombardsijde, Slijpe, Mannekensvere, Sint-Pieters-Kappelle, Ramskapelle, Wulpen, Booitshoeke, … zijn tot vandaag meestal uit handen gebleven van bouwgrage immobiliënbedrijven en hebben dus hun typisch, rurale karakter, kunnen behouden.

Deze eigenheid komt echter steeds meer onder druk te staan. Nu de kustlijn ‘vol’ is geraakt,werpt Koning Immo begerige blikken naar het hinterland. Dat doen ze omdat ze goed weten dat de aantrekkelijkheid van onze kust niet afneemt, dat er veel welgestelde Belgen zijn die graag een tweede verblijf aan de kust willen kopen, en dat de pensioenmigratie niet afneemt, wel integendeel.

De blokken die er worden neergezet, bevatten meestal weinig of geen appartementen voor gezinnen. Nee, vooral studio’s en appartementen met één slaapkamer zijn voorzien. Die zijn dan ook bedoeld als tweede verblijf of voor pensioenmigranten.

Naast de schade die aangericht wordt aan de leefgemeenschap en aan de eigenheid van de dorpen, hebben deze projecten een pervers effect op de grond- en pandenprijs, die pijlsnel de hoogte in gaat.  En dat zal op haar beurt de cohesie in de dorpen niet bevorderen. Immers, nogal wat dorpsbewoners zien plots het manna aan de hemel verschijnen en hopen dat het over hen zal neerdalen.

Bovendien heerst er nog een gevaar. Heel wat gemeentebestuurders zijn in sterke mate gelinkt met de immobiliënsector. In de meeste gevallen wordt dat goed gecamoufleerd.  De bestuurders zorgen er wel voor dat ze hun partner of andere familieleden de officiële functies opnemen, dat ze niet zelf als promotor optreden, maar je moet stekeblind zijn om dat niet te doorzien. De rol van de gemeentebesturen is niet te onderschatten: zij zijn verantwoordelijk voor het opmaken van de ruimtelijke uitvoeringsplannen, de slopings- en bouwvergunningen enz. Ze hebben de sleutels helemaal in handen.

Echter we kunnen vaststellen dat een visie op de ontwikkeling van de dorpen die onmiddellijk achter de kustlijn zijn gelegen, ontbreek. Bij de minister die verantwoordelijk is voor de Ruimtelijke Ordening ligt hier een grote verantwoordelijkheid. De huidige plantechnologie voorziet geen geïntegreerde ‘thematische’ aanpak. Met thematische wordt bedoeld dat het gaat over een geheel van problemen die met elkaar samenhangen en ook een samenhangend beleid vereisen. We hebben immers nood aan een globale visieontwikkeling over de verhouding tussen wonen en tweede verblijven, over de open ruimte, over architecturale kwaliteit en evenwicht tussen bouwvolumes, over monumentaal erfgoed.  We moeten niet uitkomen in een beleid dat de stolp over deze dorpen zet, maar een leefbare en kwalitatieve ontwikkeling mogelijk maakt.

Daarom zal aan de Vlaamse Regering gevraagd worden om de colleges van burgemeester en schepenen te sensibiliseren rond deze problematiek en om proefprojecten met ankerplaatsen op te starten die waardevolle gebouwen inventariseert en daarbij ook rekening houdt met de omgeving.

schippershuis_sloop21.jpg

Bart Caron
Vlaams volksvertegenwoordiger spirit
0477/49.58.10
bart.caron@vlaamsparlement.be
www.bartcaron.be